how to create a website for free

een ziek kind

ziek

een ziek kind

Een ziek kind
De meeste kindercentra zijn niet berekend op opvang van zieke kinderen.
Ziekte is echter een rekbaar begrip. Hierdoor ontstaat regelmatig discussie of een kind met bepaalde ziekteverschijnselen naar het kindercentrum mag komen of thuis moet blijven.

Ziek of niet ziek?
Elke leid(st)er kent het probleem: een kind dat hangerig en snotterig is en niet goed meedoet in de groep.

Wanneer moet een ziek kind worden opgehaald?
1. Als het kind te ziek is om aan het dagprogramma deel te nemen.
2. Als de verzorging te intensief is voor de leid(st)ers.
3. Als het de gezondheid van andere kinderen in gevaar brengt.


download hier:
Gezondheidsrisico’s in een kindercentrum of peuterspeelzaal 

vragen

Is dit kind ziek of niet? En wat doe je ermee?

In twijfelgevallen is het zinvol om het kind gericht te observeren.

· Speelt het kind zoals je van hem of haar gewend bent?

· Praat het kind zoals je gewend bent?

· Reageert het op wat je zegt of doet?

· Voelt het warm aan?

· Huilt het vaker of langer dan anders?

· Heeft het regelmatig een natte luier?

· Gaat het naar de wc en wat is het resultaat?

· Wil het steeds liggen of slaapt het meer dan anders?

· Klaagt het kind over pijn?

Niet elke gedragsverandering wordt door ziekte veroorzaakt en het is ook niet de bedoeling dat je als leid(st)er een diagnose gaat stellen. Het gaat erom dat je kunt beslissen of het kind op de groep kan blijven, of je de ouders moet waarschuwen, of dat je misschien zelfs direct een arts moet inschakelen.

Kan het kind in de groep blijven?

De beslissing of een kind al dan niet in de groep kan blijven wordt in principe genomen door de groepsleiding. Het belang van het zieke kind staat hierbij voorop, maar er moet ook rekening worden gehouden met het belang van de andere kinderen en de groepsleiding zelf.

Een kind dat zich ziek voelt en niet met het normale dagprogramma mee kan doen, kan beter niet op het kindercentrum blijven. Er zijn op een kindercentrum nauwelijks mogelijkheden om aan een ziek kind de noodzakelijke extra aandacht te geven.

Ook de belasting voor de leid(st)ers kan een reden zijn om het kind te laten ophalen. Als een kind met diarree zich verder wel goed lijkt te voelen maar elk uur compleet verschoond moet worden inclusief bad en schone

kleren geeft dit leid(st)ers zoveel extra werk dat het normale programma voor andere kinderen in het gedrang komt.

Tot slot kan bij besmettelijke ziekten de bescherming van de gezondheid van groepsgenoten een reden zijn om het kind niet toe te laten. Het om deze reden weren van zieke kinderen gebeurt echter alleen bij enkele zeer ernstige infectieziekten en altijd in overleg met de GGD.

Wanneer moeten de ouders worden gewaarschuwd?

Als een kind zich duidelijk niet lekker voelt en men twijfelt of het wel op de groep kan blijven, neem dan contact op met de ouders. Soms krijgt men van de ouder informatie die het gedrag van het kind kan verklaren, bijvoorbeeld dat het kind erg laat naar bed is gegaan. Als men van mening is dat het kind opgehaald moet worden, bespreek met de ouder waarom

men dit vindt en maak afspraken over het tijdstip waarop het kind gehaald wordt en wat men tot die tijd doet. Het is met name voor werkende ouders vaak lastig om hun kind onverwacht te moeten ophalen. Daarom is het

belangrijk dat zij vooraf goed op de hoogte zijn gesteld van de regels die het kindercentrum heeft over de toelating van zieke kinderen.

Wanneer wordt er een huisarts ingeschakeld?

In principe is bij ziekte van een kind de ouder degene die de huisarts inschakelt.

Alleen als er acuut gevaar dreigt schakelt men vanuit het kindercentrum direct een arts in. Voorbeelden van dergelijke gevallen zijn:

· een kind dat het plotseling benauwd krijgt;

· een kind dat bewusteloos raakt of niet meer op aanspreken reageert;

· een kind met plotselinge hoge koorts;

· ongevallen.

Om ongeregeldheden te voorkomen is het noodzakelijk dat in het team is afgesproken wie de arts waarschuwt, wie bij het zieke kind blijft en wie de groep opvangt. Is de huisarts niet bereikbaar aarzel dan niet in deze noodsituaties een ambulance te bellen. Vermeld hierbij duidelijk de naam en het adres van het kindercentrum.

Afspraken met ouders over het beleid bij ziekte

Om te voorkomen dat een (acute) ziekte van het kind leidt tot conflicten tussen ouders en kindercentrum is het belangrijk dat duidelijke afspraken zijn gemaakt over het beleid bij ziekte. Wenselijk is dit onderwerp bij de plaatsing van het kind ter sprake te brengen en ouders hierover schriftelijk informatie mee te geven. Tevens kan met ouders besproken worden in

welke gevallen het kindercentrum contact opneemt met de GGD. Voor het doorgeven van persoonsgegevens van het kind aan de GGD is toestemming van de ouders vereist.

Afspraken over het beleid van het kindercentrum bij ziekte van het kind 

Beleid bij besmettelijke ziekten

1. Ouders melden besmettelijke ziekten van hun kind bij de leiding.

2. De leiding overlegt zo nodig met de GGD. De GGD wint met toestemming

van de ouders eventueel informatie in bij de huisarts.

3. De GGD adviseert maatregelen afhankelijk van de ziekte:

- Zieke kind niet toelaten vanwege risico voor overige kinderen, dit

wordt 'weren' genoemd.

Gezondheidsrisico’s in een kindercentrum of peuterspeelzaal

8 LCI maart 2005

- Ziek kind behandelen om verspreiding van de ziekte tegen te

gaan.

- Ouders van andere kinderen informeren over de ziekte, zodat zij

alert kunnen zijn op verschijnselen.

- Overige kinderen uit voorzorg medicijnen geven of vaccineren.

Vaak zijn er geen bijzondere maatregelen noodzakelijk.

Personen met een verhoogd risico

Kinderen met chronische ziekten of een stoornis in de afweer

Omdat in kindercentra regelmatig besmettelijke ziekten voorkomen, is het

goed te weten of in de groep kinderen zijn die extra risico lopen om ernstig

ziek te worden als zij een infectie oplopen. Dit kan het geval zijn bij

bepaalde ernstige chronische ziektes of bij een stoornis in de afweer. Per

kind worden dergelijke medische bijzonderheden vastgelegd. Ouders

kunnen dan gewaarschuwd worden als er infectieziekten geconstateerd

zijn die voor hun kind een bijzonder risico geven. Zij kunnen dan in overleg

met de behandelend kinderarts eventueel voorzorgsmaatregelen nemen of

hun kind tijdelijk thuis houden.

Zwangere vrouwen

Enkele infectieziekten geven bij zwangere vrouwen een verhoogd risico op

een miskraam of aangeboren afwijkingen bij het kind. Dit betreft met name

rodehond en de vijfde ziekte. Voor deze ziektes geldt dat als men de

infectie heeft doorgemaakt men de rest van het leven hiertegen beschermd

is. Dan is er dus ook geen risico voor de zwangerschap. Ook als

men ingeënt is tegen de ziekte loopt men geen risico meer.

Als een van de genoemde ziektes zich voordoet op het kindercentrum kan

men met de GGD overleggen over het verdere beleid. De GGD zal

nagaan of het daadwerkelijk om de betreffende ziekte gaat en zo nodig

verdere maatregelen adviseren.

Leid(st)ers die zwanger willen worden kunnen eventueel in overleg met de

Arbo-arts of eigen huisarts, bloedonderzoek laten verrichten om vast te

stellen of zij tegen bovengenoemde ziektes beschermd zijn.

Gezondheidsrisico’s in een kindercentrum of peuterspeelzaal

Richtlijnen technische hygiënezorg 9

WANNEER SCHAKEL JE DE GGD IN?

Eén van de taken van de GGD is de bestrijding van infectieziekten.

Artsen en verpleegkundigen van de GGD behandelen zelf meestal geen

patiënten. Zij verrichten ‘bron- en contactonderzoek’; zij onderzoeken

bijvoorbeeld waar iemand de ziekte heeft opgelopen, wie nog meer

besmet zijn en wat men kan doen om te voorkomen dat meer mensen ziek

worden. Zo kan de GGD adviseren bij een geval van hepatitis A de andere

kinderen van de groep en de leid(st)ers tegen deze ziekte te vaccineren.

Daarnaast geeft de GGD voorlichting over de ziekte en adviezen over

hygiënemaatregelen.


Informatie

Als men meer wil weten over een bepaalde infectieziekte kan men contact

opnemen met de GGD . (zie sociale kaart) 


Overleg en advies

Als zich op het kindercentrum een ziekte voordoet waarbij aangeraden

wordt ouders van de andere kinderen te waarschuwen of het zieke kind

van het kinderdagverblijf te weren dan is het wenselijk om eerst te

overleggen met de GGD. De GGD neemt dan met toestemming van de

ouders contact op met de behandelend arts en bepaalt vervolgens of de

maatregelen echt nodig zijn. Als de andere ouders geïnformeerd moeten

worden, zorgt de GGD voor een standaardtekst voor een informatiebrief.

De brief wordt verspreid door het kindercentrum.

Wettelijk verplichte melding van infectieziekten (artikel 7 van

de Infectieziektenwet)



Hoofden van kindercentra zijn wettelijk verplicht om het verhoogd voorkomen

van een aantal aandoeningen die vermoedelijke besmettelijk zijn te

melden bij de GGD.


Het gaat om de volgende aandoeningen:

· Diarree melden indien meer dan eenderde deel van de groep in één

week klachten heeft.

· Geelzucht melden bij één geval.

· Huiduitslag (vlekjes) melden bij twee of meer gevallen binnen twee

weken in dezelfde groep.

· Schurft melden bij drie gevallen in dezelfde groep.

· Andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard:

denk hierbij aan meerdere gevallen van bijvoorbeeld longontsteking of

hersenvliesontsteking in korte tijd.

De GGD zal na een dergelijke melding onderzoeken waardoor de

aandoening wordt veroorzaakt en of maatregelen genomen moeten

worden om verspreiding van de ziekte tegen te gaan.