bootstrap menu

vaccinaties

vaccinaties

Weerstand tegen infectieziekten kan behalve door het doormaken van de ziekte ook worden opgebouwd door vaccinatie. Bij vaccinatie worden verzwakte of dode ziekteverwekkers of onderdelen daarvan in het lichaamgebracht, meestal door middel van een injectie. Als reactie daarop gaat ons lichaam antistoffen aanmaken. Deze antistoffen beschermen ons als we met de echte, levende ziekteverwekker in aanraking komen. 
Ondanks het feit dat in Nederland meer dan 95% van de kinderen deelneemt aan het Rijksvaccinatieprogramma komen er incidenteel gevallen of soms epidemieën voor van kinkhoest, mazelen en polio.
Als een dergelijk ziektegeval zich voordoet op een kindercentrum is het belangrijk om te weten of de andere kinderen in de groep beschermd zijn tegen die ziekte.
Soms is het dan nodig niet beschermde kinderen alsnog met spoed te vaccineren. Daarnaast kan het gebeuren dat een kind op een kinderdagverblijf een forse verwonding krijgt waarbij er een risico is op tetanus. Niet gevaccineerde kinderen krijgen dan in principe op de SEH een behandeling met antistoffen tegen tetanus.

Om deze redenen is het voor een kindercentrum belangrijk om te weten of kinderen zijn ingeënt. Wenselijk is om bij het kennismakingsgesprek met de ouders te noteren welke inentingen het kind heeft gehad en wanneer. Daarna is het zinvolom bij 'kindgesprekken' of bij de overgang van de baby- naar de peutergroepde vaccinatiestatus van het kind opnieuw te bekijken. Toelating van ongevaccineerde kinderenIn Nederland is deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma niet wettelijkverplicht.

Er zijn ouders die - bijvoorbeeld vanwege hun levensbeschouwing- besluiten om hun kinderen niet te laten vaccineren. Dit is met name een risico voor het ongevaccineerde kind zelf, dit is niet beschermd als het met de veroorzakers van de betreffende ziekten in aanraking komt. De kans dat een niet gevaccineerd kind andere kinderen met een ziekte uit het Rijksvaccinatieprogramma besmet is uiterst klein.
De meeste ziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma komen in Nederland nog zelden voor, bovendien zullen de meeste andere kinderen uit de groep wel gevaccineerdzijn en dus geen risico lopen.
Het is vanuit medisch oogpunt niet nodig om ongevaccineerde kinderen per definitie toelating tot een kindercentrum te weigeren. (Ook kinderen die wel aan het Rijksvaccinatieprogramma deelnemen hebben pas op zijn vroegst op de leeftijd van 4 maanden hun basisserie DaKTP-Hib voltooid,terwijl ze de eerste BMR pas met 14 maanden krijgen.)
Het is wel belangrijkdat van elk kind bekend is of het gevaccineerd is of niet en welke vaccinatieshet gehad heeft.

vaccinatie

meer info

Tegen sommige ziekten moet meerdere malen worden ingeënt omvoldoende antistoffen aan te maken. Ook is het soms nodig om de inenting na een aantal jaren te herhalen. Helaas bestaat er nog niet tegen alle infectieziekten een vaccin. 


Rijksvaccinatieprogramma 

In Nederland wordt in het kader van het ‘Rijksvaccinatieprogramma’ aan alle kinderen gratis vaccinatie aangeboden tegen een aantal infectieziekten die ernstig kunnen verlopen. De entadministratie roept de kinderen hiervoor automatisch op. Vaccinaties vinden plaats op het consultatiebureau, de GGD of in uitzonderingsgevallen bij de huisarts. Kinderen die, omwelke reden dan ook, een of meer vaccinaties hebben gemist, kunnen in de meeste gevallen de gemiste inentingen later inhalen. 

Het Rijksvaccinatieprogramma (2005) ziet er als volgt uit: 

leeftijd vaccinatie 2 maanden 

DaKTP-Hib 1 (+ Hep B)3 maanden DaKTP-Hib-24 maanden DaKTP-Hib 3 (+ Hep B)11 maanden DKTP 4-Hib 4 (+ Hep B) 

leeftijd vaccinatie 14 maanden BMR-1 + Men C4 jaar DTP-5 + aK 

leeftijd vaccinatie 9 jaar DTP-6 + BMR-2 

Hepatitis B vaccinatie wordt alleen gegeven aan kinderen met eenverhoogd risico op hepatitis B. 


Dit schema is het standaardschema. Er kunnen diverse redenen zijn omvan dit schema af te wijken, bijvoorbeeld bij ernstige ziekte van het kind. Eventuele aanpassingen van het schema worden per kind bepaald doordegene die vaccineert en de ouders. 


Uitleg afkortingen 

aK = acellulair Kinkhoestvaccin 

BMR = bof, mazelen, rodehond 

DaKTP = difterie, acellulair kinkhoestvaccin, tetanus, polio 

DKTP = difterie, kinkhoest, tetanus, polioDTP = difterie, tetanus, polio 

Hep B = hepatitis BHib = Haemophilus influenzae type b, (vorm van hersenvliesontsteking) 

Men C = Meningokokken C 

Vaccinaties buiten het Rijksvaccinatie-programma 

Aan kinderen die een verhoogd risico hebben om bepaalde ziektes op te lopen worden soms - buiten het Rijksvaccinatieprogramma om - nog andere vaccinaties gegeven. 

Zo kunnen kinderen die op vakantie gaan naar de tropen worden gevaccineerd tegen enkele tropenziekten. Kinderen die op familiebezoek gaan naar Turkije of Marokko kunnen worden gevaccineerd tegen hepatitis A. Kinderen met één of twee allochtone ouders krijgen een BCG-vaccinatietegen tuberculose. 

Bijverschijnselen 

Na inentingen kunnen bijverschijnselen optreden. Deze zijn meestal licht van aard. Hieronder volgt een opsomming van de meest voorkomendebijverschijnselen per inenting. 

aK: pijn, roodheid en zwelling op de plaats van de prik 

BCG: zwerend wondje 

BMR: lichte temperatuursverhoging na 10 dagen (zeldzaam) en rodevlekjes over het lichaam (zeldzaam) 

DKTP: spierpijn en roodheid op de plaats van de prik en lichte temperatuurverhoginggedurende maximaal 24 uur 

DTP: spierpijn en roodheid op de plaats van de prikHib: spierpijn en roodheid op de plaats van de prik en lichte temperatuursverhoging 

MenC: spierpijn en roodheid op de plaats van de prik en lichte temperatuursverhoging