bootstrap button

pedagogisch werkplan

Het pedagogisch werkplan is tot stand gekomen samen met onze pedagogisch medewerkers, oudercommissie en pedagogische coach. Het werkt als een rode draad door de werkwijze op het kinderdagverblijf. Voor de medewerkers van Picobello is het een duidelijk houvast en biedt het pedagogisch werkplan handvaten voor het dagelijks handelen. Het pedagogisch werkplan is tevens bestemd voor stagiaires en nieuwe medewerkers. Zij kunnen hierdoor ook kennisnemen van onze uitgangspunten en werkwijze.

Inleiding


Dit pedagogisch werkplan is ook bedoeld voor ouders en kinderen die kinderdagverblijf Picobello bezoeken. Het geeft hen de gelegenheid inzicht te krijgen in onze visie en werkwijze. Voor ouders is het van belang te weten volgens welke pedagogische uitgangspunten er binnen het kinderdagverblijf wordt gewerkt. In ons pedagogisch werkplan staat omschreven hoe wij onze visie in de praktijk toepassen. Het pedagogisch beleidsplan en werkplan kunnen we hiermee niet definitief afsluiten, het blijft in ontwikkeling. Het is niet de bedoeling dat dit onder in de la terechtkomt, in tegendeel, we zullen steeds kritisch blijven kijken naar de werkwijze van Picobello en ons afvragen of onderdelen van het pedagogisch beleids- en werkplan nog voldoen. Wanneer nodig wordt het plan aangepast.
Op deze wijze houden we het een levend document.


Kijken, luisteren, ontdekken en doen geinspireerd door ‘Reggio Emilia’ .
Een kind is bij kinderdagverblijf Picobello in goede handen. Ouders en kinderen staan bij ons centraal en wij bieden veilige, zorgzame maar ook uitdagende kinderopvang in het hartje van mooi Alkmaar.
Met een professionele uitstraling en aanpak wordt voor kinderen en ouders een vertrouwd, vrolijk en kindgericht klimaat geschapen en een programma geboden met aandacht voor de ontwikkeling van het kind.
Wij bieden opvang aan maximaal 38 kinderen per dag. De kinderen worden opgevangen in 3 horizontale stamgroepen. Te weten:
• 1 babygroep waar kinderen van 6 weken tot anderhalf jaar worden opgevangen. Op deze groep wordt maximaal 9 kinderen per dag opgevangen en dagelijks begeleid door 2 pedagogisch medewerkers. 
 • 1 dreumesgroep waar kinderen van anderhalf jaar tot twee en een half jaar worden opgevangen. Op deze groep wordt maximaal 11 kinderen per dag opgevangen en dagelijks begeleid door 2 pedagogisch medewerkers.
.1 peutergroep waar kinderen van twee en een half jaar tot 4 jaar jaar worden opgevangen. Op deze groep wordt maximaal 16 kinderen opgevangen en dagelijks begeleid door 2 pedagogisch medewerkers. De pedagogisch medewerkers worden dagelijks ondersteund door een groepsassistente en een kok. Alle medewerkers van Kinderdagverblijf Picobello werken volgens de ideeen en uitgangspunten van de visie Reggio Emilia welke omschreven in ons pedagogisch werkplan. 

Pedagogische visie


Kinderdagverblijf Picobello heeft als doel: Kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar, kwalitatief goede en verantwoorde opvang te bieden waarbij respect voor, en de ontwikkeling van het kind centraal staat. Deze verantwoordelijkheid vraagt om een duidelijke visie ten aanzien van ontwikkeling en opvoeding van kinderen. Het pedagogisch werkplan geeft aan welke visie Picobello heeft op de ontwikkeling en opvoeding van kinderen en hoe deze visie binnen het kinderdagverblijf in praktijk wordt gebracht. Het pedagogisch werkplan beschrijft welke uitgangspunten en werkwijze binnen Kinderdagverblijf Picobello worden gehanteerd. Om te zorgen dat het kind de mogelijkheid krijgt om zich optimaal te ontwikkelen gaan we uit van de vier pedagogische basisdoelen, waaraan de opvoedingstheorie van hoogleraar Kinderopvang J.A.M. Riksen- Walraven ten grondslag ligt. Deze vormen het wettelijk kader voor de Kinderopvang.


De vier pedagogische basisdoelen zijn:
1. Het bieden van emotionele veiligheid
2. Het bevorderen van de persoonlijke competentie
3. Het bevorderen van de sociale competentie |
4. Kinderen helpen bij het zich eigen maken van normen en waarden.

Tevens laat kinderdagverblijf Picobello zich wat betreft haar visie ten aanzien van de ontwikkeling en opvoeding van kinderen, inspireren door de pedagogiek van Reggio Emilia.


Reggio Emilia als onderdeel van onze visie

Reggio Emilia is een pedagogiek ontwikkeld waarin een krachtig en competent kindbeeld centraal staat. In deze pedagogiek ligt de nadruk op wat kinderen kunnen en zijn en niet op wat ze nog niet kunnen en zijn. Men vertrouwt erop dat kinderen alles in huis hebben om zichzelf en de wereld te leren kennen.


Dit betekent niet dat een kind alles al kan, maar dat het al alles in huis heeft om zichzelf en de wereld te leren kennen. We bieden de kinderen de niet al ontdekte wereld, maar geven hen de kans de wereld zelf te ontdekken. Via foto’s en documentatie maken we zichtbaar wat de kinderen allemaal al zelf kunnen.


Reggio Emilia gaat uit van 3 pedagogen:


1e pedagoog.

De kinderen zijn de eerste pedagoog. Kinderen leren het meest van elkaar; zij zijn elkaars eerste pedagoog. De grote ontwikkelingstaak van jonge kinderen is het bouwen aan een eigen identiteit. Dat doen zij in wisselwerking met andere kinderen, met volwassenen en met de wereld om hen heen. Daarom is er veel aandacht voor het werken, spelen, leren in kleine groepjes. Kinderen ontwikkelen zich in en door communicatie, zij leren door het uiten en het uitwisselen van ideeën, gedachten en gevoelens en het gezamenlijke proces van betekenis geven. Kinderen kunnen zich in potentie uitdrukken op honderd manieren, in honderd talen: dans, muziek, drama, klei, op papier, et cetera. Elke taal heeft zijn eigen zeggingskracht en mogelijkheden. De stimulering van deze talen naast de gesproken en geschreven taal verrijkt de mogelijkheden tot communicatie en uitwisseling, tot leren. Het ontwikkelen van deze talen wordt daarom gezien als middel om spelenderwijs te leren.


2e pedagoog
Volwassenen zijn de tweede pedagoog. Pedagogisch medewerkers zorgen voor de basisvoorwaarden zodat de ontwikkeling en mogelijkheden van kinderen gestimuleerd worden. De Reggio- benadering is een ‘pedagogiek van het luisteren’, in plaats van een ‘pedagogiek van het vertellen’. De pedagogische medewerkers hebben een nieuwsgierige en onderzoekende houding, zij geven de kinderen ruimte en materialen om te kunnen ontdekken en om creatief te kunnen zijn. Niet wij houden de kinderen bezig maar observeren wat houdt de kinderen bezig. Vanuit deze ontdekking documenteren wij onze bevindingen en bespreken met elkaar activiteiten/ projecten voor de kinderen.

3e pedagoog

Materialen en ruimte zijn de derde pedagoog. De juiste materialen en inrichting van de ruimte moeten spelen mogelijk maken en kinderen uitlokken tot spel. De inrichting van de ruimte en het aanbod van materialen worden afgestemd op de onderwerpen die de kinderen bezighouden en zijn zodoende steeds in ontwikkeling. De materialen nodigen uit tot spelen, maken en leren. Het gaat bij Picobello niet om het resultaat van de producten maar om het proces. De pedagogische documentatie heeft een eigen, vaste plek in de ruimte. Er is sprake van een leerrijke omgeving die er altijd goed verzorgd uitziet.


Documenteren

In de Reggio Emilia-aanpak worden heel veel gebeurtenissen en activiteiten van de kinderen gedocumenteerd. Dit gebeurt via verslagen en foto’s, soms ook met film- of geluidsopnamen. Recente foto's krijgen een zichtbare plek in de groepsruimten, meestal toegelicht met een tekst. Op deze manier kunnen kinderen en ouders terugblikken op hun belevenissen en hebben de pedagogisch medewerkers concreet beeldmateriaal voorhanden om te reflecteren op hun werk.



Wij hebben deze visie aangepast aan de situatie (cultuur, ruimte, wetgeving etc.) van Nederland en werken hiermee op een geheel eigen manier. De kinderen leren van elkaar, wij van hen en zij van ons. Wij geven ze de ruimte om zich te kunnen uiten en te ontwikkelen en verwerken dit in ons dagprogramma. Een kind mag, maar moet niet; bij ons gaat het om een gebonden vrijheid. Wij streven ernaar om het kind het gevoel van vrijheid te geven maar ondertussen bieden wij wel kaders en structuur.

In de praktijk van alle dag betekent dit dat wij de kinderen prikkelen met datgene wat hen bezighoudt. Wij bieden de kinderen een gestructureerd programma, waarbinnen er veel ruimte en aandacht wordt besteed aan diverse projecten. Wij creëren een situatie en omgeving waardoor kinderen geïnspireerd kunnen raken,waar zij ervaringen meemaken en zich daardoor verder kunnen ontwikkelen. We hebben het in dit plan over pedagogisch handelen, over inrichting van de ruimten en over voorwaarden scheppen.


We willen ouders en kinderen het volgende garanderen.

Veiligheid
Dit doen we door privacy van ouders en kinderen te waarborgen, door voorspelbaar te zijn in onze gedragingen, door structuur te bieden (sociaal emotioneel) en door te zorgen dat de ruimtes en materialen voldoen aan de eisen van de GGD en brandweer (fysieke veiligheid).


Stimuleren
Dit doen wij door de eigenheid van ouders en kinderen te respecteren en mogelijkheden/ruimte te bieden om kinderen in eigen tempo en op hun eigen manier te laten ontwikkelen.


Pedagogische onderbouwing
Dit realiseren we door als pedagogisch medewerker op de hoogte te blijven van nieuwe pedagogische inzichten (vakliteratuur en cursussen), door steeds bewust te blijven van onze pedagogische doelen (teamvergaderingen en werkbesprekingen) en door daadwerkelijk toe te passen wat in het pedagogische werkplan staat beschreven (afspraken)


Een warme plek voor het kind
Elk kind en elke ouder is voelbaar welkom; men wordt gezien. De pedagogisch medewerkers houden van de kinderen om wie ze zijn en niet om wat ze kunnen/doen of van wie ze zijn (onvoorwaardelijk). Hierbij zijn wij als pmw attent op wat we zelf meebrengen aan ervaring uit eigen jeugd en daar aan gekoppelde oordelen, overtuigingen en gewoonten. De pedagogisch medewerkers stellen zich neutraal op en bevechten actief oordelen. Een vaste vraag die we ons steeds stellen: “Kan het ook anders”? We laten ons daarbij inspireren door pedagogiek omschreven in de Reggio werkwijze


Al deze aspecten zijn als een rode draad terug te vinden door de volgende hoofdstukken heen:

Spel en activiteiten
Creativiteit
Taalontwikkeling
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Komen en gaan
Ruimte/vierogenprincipe
Dagindeling/opendeurenbeleid
Lichamelijke ontwikkeling

Spel en activiteiten
Op Picobello staat samen plezier beleven en spelenderwijs leren en ontdekken centraal in de activiteiten die worden aangeboden. Er worden dagelijks activiteiten uitgevoerd met de kinderen om verschillende gebieden van de ontwikkeling de stimuleren.

De activiteiten
Binnen spel en activiteiten op Picobello kan onderscheid gemaakt worden gemaakt tussen vrij spelen en gerichte activiteiten. In de praktijk is dit onderscheid echter minder duidelijk aanwezig. Zo kan vrij spel uitmonden in een gerichte activiteit en andersom. Aangezien wij de kinderen zien als de eerste pedagoog, proberen wij altijd mee te gaan in het denken en het spelen van de kinderen.

Vrij spel
Bij vrij spel mogen de kinderen zelf kiezen waar en waarmee ze willen spelen. Kinderen worden vrij gelaten om zelf te ontdekken en hun fantasie de vrije loop te laten. In sommige situaties is het observeren van de kinderen en de aanwezigheid van de pedagogisch medewerkers voldoende en mengen zij zich niet in het spel. Op andere momenten doen zij dit wel door mee te doen, uitdaging aan te bieden en door nieuwe en diverse materialen aan te bieden. Op deze manier proberen zij het spel naar een hoger niveau te tillen en verschillende ontwikkelingsgebieden te stimuleren.

Gerichte activiteiten
De gerichte activiteiten worden vaak door de pedagogisch medewerkers voorbereid, maar kunnen ook ontstaan vanuit ideeën en vragen van de kinderen of vanuit een vrij spel situatie. De gerichte activiteiten zijn vaak gekoppeld aan het thema dat centraal staat. Hierbij wordt geprobeerd zoveel mogelijk ontwikkelingsgebieden te stimuleren. Activiteiten waarbij ontwikkelingsgebieden gestimuleerd worden zijn bijvoorbeeld:

>Sociaal- emotionele activiteiten, zoals poppenkast of toneelspel. 
>Muzikale activiteiten, zoals dansen, zingen en muziek maken met instrumenten.
>Creatieve activiteiten, zoals plakken, kleuren, kleien en tekenen.
>Motorische activiteiten zoals wandelen, buiten spelen en beweegspelletjes. >Zintuigelijke activiteiten, zoals broodjes/koekjes bakken en snoezelen. >Taalactiviteiten, zoals interactief voorlezen, liedjes zingen en het vertellen van verhalen en rijmpjes.

Op Picobello ondernemen we activiteiten met alle kinderen. Door de horizontale groepen kunnen de pedagogisch medewerkers op elke groep de activiteiten afstemmen op de leeftijd en ontwikkelingsfase van de kinderen. Op alle groepen proberen zij activiteiten aan te bieden die bovengenoemde ontwikkelingsgebieden stimuleren.

Thema’s
Op Picobello werken we met thema’s. Bij het bedenken van de thema’s wordt bekeken wat de kinderen op dat moment bezighoudt. Dit wordt voorgelegd en besproken tijdens teamvergaderingen. pedagogisch medewerkers bereiden gerichte activiteiten voor die aansluiten op het thema. Soms ontstaan activiteiten ook vanuit het spel en een andere keer verzinnen de kinderen de activiteit en gaan de pedagogisch medewerkers hierin mee. De seizoenen, feestdagen en tradities zijn ook inspiratiebronnen voor thema’s en activiteiten. Inspiratie voor thema’s wordt opgedaan via internet, de bibliotheek of vanuit elkaar. Een thema kan ook spontaan wijzigen, wanneer de beleving van de kinderen hierom vraagt.


Buiten spelen
We proberen op Picobello elke dag naar buiten te gaan met de kinderen. Er is op Picobello een heerlijke buitenplaats, waar veel te beleven en te ontdekken valt.    
Ook zijn er twee bolderwagens en vierling wandelwagen beschikbaar, zodat er ook regelmatig gewandeld kan worden. Voor de baby’s is er een speciale plek op de buitenplaats, met een zachte ondergrond en overkapping. Ook buiten worden gerichte activiteiten ondernomen met de kinderen, zoals blaadjes zoeken, groente/fruit/kruiden planten en water geven, balspellen, maar er is ook voldoende ruimte voor vrij spel. In verband met de veiligheid staat groot en zwaar buitenspeelgoed niet binnen handbereik van de kinderen.

Alledaagse spelactiviteiten
Van alledaagse en huishoudelijke taken wordt op Picobello ook een spel gemaakt. Kinderen mogen bijvoorbeeld helpen met koken, was opvouwen, schoonmaken en opruimen. Op deze manier leren kinderen spelenderwijs en worden ook alledaagse dingen een leuke activiteit.


Speelmateriaal
Er is een grote diversiteit aan speelmateriaal aanwezig op Picobello, zodat alle ontwikkelingsgebieden gestimuleerd kunnen worden. Boekjes, puzzels, verkleedkleren en ander speelgoed waar kinderen zonder gevaar en zelfstandig mee kunnen spelen, liggen binnen handbereik van de kinderen in open kasten en bakken. Knutselmaterialen zoals scharen, verf en lijm liggen, wegens veiligheidsoverwegingen, opgeborgen in kasten en worden altijd onder toezicht van pedagogisch medewerkers gebruikt. De voorkeur gaat op Picobello uit naar speelgoed dat voor meerdere doeleinde is geschikt en dat ruimte biedt aan de fantasie van de kinderen.


Natuurlijk en kosteloos speelmateriaal
Op Picobello wordt overigens ook veel gespeeld met materialen die in eerste instantie niet als speelgoed zijn ontwikkeld. Zo worden huizen gebouwd van lege luier dozen, reinigen we leeg verpakkingsmateriaal voor de speelkeuken en maken we gebruik van kosteloos materiaal dat voor knutseldoeleinden wordt verzameld, zoals wc-kokers en oud papier. Dit materiaal dient echter wel te
 voldoen aan de veiligheidseisen. Daarnaast kan speelmateriaal uit de natuur worden gehaald.
Tijdens buitenspelen en wandelen worden blaadjes, schelpjes, stenen en kastanjes verzameld om mee te knutselen en te spelen. En wat dacht je van het onderzoeken van insecten, ontzettend leerzaam en interessant!


Meegebracht speelmateriaal
Kinderen mogen ook spelen met meegebracht speelgoed van thuis. We vragen ouders wel om kwetsbaar speelgoed en speelgoed waar onderdelen van kwijt kunnen raken thuis te laten. Dit speelgoed kan ook aantrekkelijk zijn voor andere kinderen. Als het kind er niet samen met andere kinderen mee wilt spelen, wordt het speelgoed opgeborgen in het kastje of mandje. Met spelletjes of boekjes worden vaste momenten afgesproken wanneer de kinderen ermee kunnen spelen. Ook verjaardagscadeaus worden in het kastje of mandje opgeborgen, als het kind er liever alleen mee speelt. Dit geld uiteraard niet voor eigen knuffels en spenen. Deze zijn niet voor gemeenschappelijk gebruik. De afspraken worden tijdens de intake met ouders besproken en later eventueel herhaald.

Eigen keuze
Kinderen worden vrij gelaten om zelf te beslissen of ze wel of niet mee willen doen aan een activiteit. De pedagogisch medewerkers proberen kinderen wel enthousiast te maken en te stimuleren om toch mee te doen met de activiteiten. Ook wordt de nieuwsgierigheid van kinderen gewekt door materiaal neer te leggen en hen zo uit te nodigen om mee te doen. Als kinderen het spannend vinden, stellen pedagogisch medewerkers ook voor om samen te werken met andere kinderen. Op Picobello vinden wij het belangrijk dat pedagogisch medewerkers uitzoeken waar elke kind zijn of haar creativiteit in kwijt kan, aangezien ieder kind uniek is.

Normen en waarden
We leren kinderen ook om voorzichtig om te gaan met het speelmateriaal, zodat alle kinderen er plezier aan kunnen beleven. Ook opruimen en het compleet maken van puzzels is een onderdeel van spelen. De pedagogisch medewerkers bieden de kinderen hierin structuur door expliciet te benoemen dat het tijd is om op te ruimen en hen te stimuleren. Hier wordt eventueel een herkenbaar liedje bij gebruikt en pictogrammen met afbeeldingen van opruimen, zodat de kinderen weten waar ze aan toe zijn. Hierbij wordt wel onderscheid gemaakt in het ontwikkelingsniveau van de kinderen. De pedagogisch medewerkers hebben een voorbeeldfunctie bij het overbrengen van normen en waarden rondom de zorg voor speelmaterialen en de ruimte. Tussen de middag, wanneer de kinderen op bed liggen, en aan het einde van de dag worden de ruimtes door de pedagogisch medewerkers opgeruimd om deze aantrekkelijk te houden voor de kinderen die er later komen spelen.

Documentatie
Op de groep worden ouders en collega’s op de hoogte gehouden van alle activiteiten door middel van foto’s, verslagen en door de resultaten van activiteiten te presenteren. Activiteiten worden ook schriftelijk uitgewerkt en bewaard in een activiteitenmap, zodat deze gemakkelijk uitvoerbaar zijn voor alle collega’s. Tijdens teamvergaderingen worden regelmatig bijzondere activiteiten gepresenteerd aan collega’s.

Creativiteit
In de Reggio Emilia-visie wordt het kind gezien als een 'rijk' kind met, al vanaf de geboorte, vele mogelijkheden en talenten. Kinderen zijn in wezen al van jongs af aan bezig met leren, ze zijn nieuwsgierig en vol creativiteit, hebben hun eigen passies en zijn van nature uit op contact.
Picobello gaat uit van wat het kind is en kan en niet van wat hij allemaal nog niet is en kan. Er wordt gekozen voor vertrouwen te hebben in het kind. We bieden het kind niet de al ontdekte wereld, maar geven hem de kans deze wereld zelf te ontdekken. De pedagogisch medewerkers dienen in staat te zijn het competente te kind te zien, en het de ruimte te geven om competent te zijn. De pedagogisch medewerker moet dus een stap terug durven doen en moeten goed kijken en luisteren. Wel dienen zij duidelijk te zijn als de grens van eigen veiligheid, die van een ander of van de omgeving wordt overschreden.


Als pedagogisch medewerkers geven we de kinderen alle ruimte om te experimenteren met verf, viltstift, (kosteloos) materiaal, klei, plaksel, papier, materiaal uit de natuur, hout etc. Creativiteit wordt vaak gekoppeld aan knutselen, maar is veel breder.


Onder creativiteit valt ook experimenteren met:
• muziekinstrumentjes, de stem, klanken
• verkleedkleren en poppenkastpoppen
• avontuur in de natuur
• proeven, ruiken, voedsel
• bewegen, dans

Het creatieve proces is hier bij belangrijk, het plezier in het spel waar geen voorwaarden aan verbonden zijn of eindresultaat.

Het accent ligt bij Picobello op creativiteit, hier is het kinderdagverblijf ook op ingericht. Er hangen veel werkstukken van de kinderen en foto's met teksten aan de muur die het creatieve proces van kinderen laat zien.


Ondersteunende vaardigheden
Een kind heeft vaardigheden nodig om te groeien in creatieve ontwikkelingsproces. Het aanleren van creatieve vaardigheden is echter een activiteit die past bij een bepaald moment in het lichamelijke ontwikkelingsproces. Dat wil niet zeggen dat die leuke werkjes en kleurplaten uit den boze zijn. We moeten ons alleen realiseren dat we dan niet bezig zijn met de creatieve ontwikkeling, maar met de fijne motoriek. Soms ligt de waarde van een bepaald resultaatgericht werkje op het gebied van ‘inleven in een thema, of in feestvoorpret’. Het doel van het werkje is dan ook anders. Het werkje is een illustratie, een middel om aandacht te geven aan een seizoen, feest of iets dergelijks. Duidelijk is dit te zien bij muziek. Een sinterklaasliedje aanleren is resultaatgericht, het hoort namelijk bij de omlijsting van het feest. Als pedagogisch medewerkers zijn we ons bewust van onze doelen bij activiteiten. Door voordat we met een activiteit beginnen steeds het doel voor onszelf te formuleren, zorgen we ervoor dat de hoeveelheid activiteiten met als doel ‘creatieve ontwikkeling’ in balans zijn met activiteiten met een illustratief of motorisch doel.

De taalontwikkeling
De taalontwikkeling van kinderen start vanaf de geboorte. Uit sommige onderzoeken is gebleken dat deze zelfs al tijdens de zwangerschap begint. Vanaf zeer jonge leeftijd beginnen baby’s geluidjes te maken en reageren ze op de geluiden van anderen. Door positief op deze geluidjes te reageren, zullen kinderen deze geluidjes vaker maken. Praten met baby’s vanaf de geboorte is dan ook een grote stimulans voor de taalontwikkeling. Ook middels het imiteren van eenvoudige tong- en mondbewegingen maken baby’s vanaf jonge leeftijd contact met anderen in hun omgeving. Op Picobello zijn we ons bewust van de belangrijke rol die pedagogisch medewerksters spelen in de stimulering van de taalontwikkeling van kinderen. Het creëren van een veilige omgeving, waarbinnen kinderen zich durven te uiten en er persoonlijke aandacht is voor alle kinderen, zien wij als leidraad in onze zorg om de ontwikkeling te bevorderen.


Stimulering van de taalontwikkeling
Benoemen wat je doet en ziet is een essentieel onderdeel in de stimulering van taal en dit vindt op Picobello dan ook de hele dag door plaats. Ook wordt er veel aandacht besteed aan het benoemen van gevoelens en emoties en bieden wij ondersteuning in het uiten en begrijpen van deze emoties. Op deze manier wordt er betekenis en een gevoel aan woorden gegeven. We houden op Picobello ook rekening met het ontwikkelingsniveau van de kinderen in de stimulering van de taalontwikkeling en er zijn dan ook verschillende aandachtspunten op de verschillende groepen. Deze zullen hieronder per groep worden besproken. De kinderen leren echter ook veel van elkaar. Ondanks onze gescheiden baby- dreumes- en peutergroep, hanteren wij een open deuren beleid. Hierdoor kunnen kinderen van verschillende groepen samen spelen en van elkaar leren.


Babygroep
Op de babygroep benoemen we niet alleen onze eigen bezigheden en gedachten, maar proberen we ook de gedachten en bezigheden van de kinderen te verwoorden. Dit doen we door goed te observeren waar het kind naar kijkt en wat het bezig houdt. Wanneer we bijvoorbeeld zien  dat een baby gefascineerd naar het plafond staart, proberen we zijn of haar gedachten of bezigheden onder woorden te brengen door te zeggen: “Wat zie je allemaal aan het plafond, vind je de lamp zo mooi?” 

Dreumesgroep
Op de dreumesgroep maakt de taalontwikkeling een grote sprong van brabbelen naar het uitspreken van woordjes, tot het produceren van hele zinnen. De pedagogisch medewerksters proberen het spreken te stimuleren door het stellen van vragen en de kinderen te laten kiezen uit bijvoorbeeld speelgoed of broodbeleg. Ook herhalen we de woorden in de juiste vorm, in plaats van het kind bewust te verbeteren, om de taalvaardigheid te vergroten op een respectvolle wijze. Het verwoorden van gedachten en bezigheden van kinderen die nog niet of weinig praten is ook op de dreumesgroep een belangrijke onderdeel van de taalontwikkeling.


Peutergroep

Op de peutergroep wordt er meer aandacht besteed aan normen en waarden binnen interactie. Zo leren we de kinderen hoe ze netjes kunnen vragen of ze nog een broodje mogen, door de vraag in de juiste vorm te herhalen. Ook leren we hen wat je wel en niet tegen anderen mag zeggen. De interactie met andere kinderen wordt op de peutergroep ook veel gestimuleerd, door bijvoorbeeld tegen een kind te zeggen: “Vraag het maar aan ..”. Ook wordt er op de peutergroep meer nadruk gelegd op de zinsopbouw, door zinnen in de juiste vorm te herhalen.


Stimulering van taalontwikkeling middels activiteiten
De taalontwikkeling wordt de hele dag door gestimuleerd door het voeren van gesprekken met kinderen en het benoemen van de dingen die gebeuren. Daarnaast besteden we op Picobello ook specifiek aandacht aan de taalontwikkeling, middels verschillende activiteiten. Voorbeelden van deze activiteiten zijn:

Het interactief voorlezen van boekjes.
Dit doen we op alle groepen, maar stemmen de vertelwijze, de lengte en het    onderwerp van het boek af op de ontwikkelingsfase van het kind.


Het zingen van liedjes.

Dit doen we zowel als ritueel voorafgaand en na afloop van bepaalde activiteiten (zoals eten en drinken), maar ook als activiteit op zich.


Bij het voorlezen van boekjes, het zingen van liedjes, maar ook tijdens gesprekken met de kinderen, ondersteunen we onze gesproken taal met behulp van gebaren en mimiek. Onze lichaamstaal sluit op deze manier aan op wat we zeggen.


Bij oudere kinderen wordt de taalontwikkeling ook gestimuleerd door hen iets te laten vertellen als we aan tafel zitten.

Het aanspreken van kinderen
De ‘luisterafstand’ van kinderen is niet erg groot en het is dan ook belangrijk om een kind te benaderen wanneer je iets zegt, om er zeker van te zijn dat de boodschap is aangekomen. Op Picobello spreken we de kinderen zoveel mogelijk aan op ooghoogte van het kind, zodat er oogcontact mogelijk is. Als een kind erg afgeleid is, kan het ook helpen om de handen van het kind even vast te houden en aan te geven dat je graag wilt dat het kind je even aan kijkt. Dit doen wij altijd op een respectvolle wijze, zonder dwang. 

Aanpassen van taalgebruik aan ontwikkelingsniveau
Ook ons eigen taalgebruik stemmen wij af op het ontwikkelingsniveau van het kind. Om de aandacht van kinderen te trekken en vast te houden proberen we in interactie veel te variëren in intonatie en toonhoogte. Ook proberen we zinnen zo kort mogelijk en beknopt te houden, om ervoor te zorgen dat de boodschap duidelijk is. Bij langere zinnen komen vaak alleen de kernwoorden aan bij het kind. Op deze kernwoorden ligt vaak de klemtoon, waardoor deze woorden door kinderen worden opgepikt. In de zin: “Dat mag niet!” is het bijvoorbeeld wenselijk dat kinderen het woord niet oppikken, in plaats van het woord mag. Vooral bij het stellen van grenzen is de nadruk van specifieke woorden en het gebruik van korte zinnen belangrijk. Aangezien de aandachtspanne van jonge kinderen nog relatief kort is, geven wij opdrachten altijd in delen zodat het overzichtelijk blijft voor het kind. Afhankelijk van de ontwikkelingsfase van het kind, wordt verbale communicatie ondersteund door gebaren en beeldmateriaal. Door symbolisering van woorden die moeilijk te begrijpen zijn voor het kind, wordt er betekenis gegeven aan de boodschap.


Het wekken van interesse voor nieuwe woorden en taal
Door de taalontwikkeling op spelenderwijze te stimuleren middels verschillende activiteiten, proberen we het leren van woorden interessant en plezierig te maken. Op Picobello werken we met wisselende thema’s, die zijn ontstaan vanuit de belevingswereld van het kind. Deze thema’s brengen vanzelf nieuwe woorden met zich mee. Door nieuwe woorden aan te laten sluiten op de belevingswereld van de kinderen, proberen we nieuwsgierigheid en interesses bij hen op te wekken. We proberen deze woorden veel terug te laten komen in verschillende activiteiten zoals in liedjes, knutselwerkjes en boeken, zodat kinderen de woorden leren herkennen. Ook besteden we aandacht aan de geproduceerde taal van de kinderen zelf, door uitspraken, gedichten of verhalen van de kinderen te documenteren.   

Ondersteuning van anderstalige kinderen
Om de ontwikkeling van de Nederlandse taal bij anderstalige kinderen te stimuleren, gaan wij terug naar de basis. De pedagogisch medewerksters proberen zoveel mogelijk te benoemen wat ze zien, wat ze doen en wat er gebeurt op de groep. Zinnen proberen we zo beknopt mogelijk te houden en we herhalen veel. Mimiek en gebaren en het gebruikt van beeldmateriaal kunnen de communicatie ondersteunen. Ook kunnen anderstalige kinderen veel leren van andere kinderen. Door samen te werken in kleine groepjes, waarbij taal zwakke en taal sterke kinderen worden gemengd, proberen we dit extra te stimuleren. Ook activiteiten als liedjes, voorlezen, woordspelletjes op de tablet en rollen spellen kunnen anderstalige kinderen helpen om de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. Wanneer het kind even terug valt op de moedertaal in spel, tijdens het uiten van emoties of in gesprek met zichzelf , vinden we dit geen probleem. In sociale activiteiten met andere kinderen proberen we het kind wel te stimuleren om Nederlands te spreken. We vinden het op Picobello bovendien belangrijk om in gesprek te blijven met de ouders en afspraken te maken over de taalontwikkeling, zoals proberen om Nederlands te praten met het kind op Picobello. Ook kan er worden afgesproken om een cd mee te nemen in de moedertaal, zodat het kind hier ter ontspanning op bepaalde momenten van de dag naar kan luisteren.


Slechthorende kinderen
Wanneer er sprake is van een fysiek gehoorprobleem bij een kind, laten wij ons op Picobello adviseren door deskundigen over de manier waarop wij het kind het best kunnen benaderen en de taalontwikkeling kunnen stimuleren.

Taalgebruik
Wij hanteren correct en beleefd Nederlands taalgebruik. Wij geven hierbij het goede voorbeeld aan de kinderen en stimuleren hiermee de taalontwikkeling. Wij verwachten van de kinderen (op hun eigen niveau) hetzelfde. Zo wordt vloeken en schelden niet getolereerd. Dit ook vanuit de norm “respect voor elkaar”.

Proces

Zodra we het hebben over ontwikkeling, spreken we over een proces. Een zwangerschap is een proces. Een proces laat zich niet versnellen of vertragen, het blijft in de meeste omstandigheden een proces van negen maanden. Wel kunnen we de omstandigheden waarom dit proces plaatsvindt zo gunstig mogelijk maken. Er zijn voorbeelden van ongunstige beïnvloeding genoeg:verslaving, stress, trauma’s etc.


Er zijn in dit proces van de sociaal-emotionele ontwikkeling een aantal aspecten die zich niet eerder laten stimuleren dan op het moment dat het daadwerkelijk aan de orde is in de ontwikkeling van een kind. Een goed voorbeeld is: de ontwikkeling van het geweten. Een kind van nog geen twee dat een baby aait als het huilt, bootst gedrag na, of heeft er een succeservaring mee. Van echte inleving kan nog geen sprake zijn:het is nog volop bezig zijn eigen ik te ontdekken. Het kind van die leeftijd dat bijt, kan zich dus ook niet inleven, omdat de ontwikkeling gewoon nog niet zo ver is. Het kind in de ik- fase experimeert gewoon met de ervaring: Ik doe iets en er gebeurt iets, “Ik heb invloed”. Er moeten eerst een aantal processtappen gezet zijn en dat proces kan qua tijdsduur per kind sterk verschillen. Wat we wel kunnen doen is net als bij de zwangerschap: de omstandigheden zo gunstig mogelijk maken. Een uitermate belangrijk aspect voor een gunstig sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind is het zelfvertrouwen/eigenwaarde.


Zelfvertrouwen/eigenwaarde
Voor het begrip zelfvertrouwen en eigenwaarde bestaan veel beelden en definities , oppervlakkig en met diepgang, waarbij de een gaat over hoe zelfvertrouwen/eigenwaarde zich laat zien in gedrag, de ander over waar het begint binnen in het kind. Wij richten ons als pedagogisch medewerkers op het laatste. Zodra wij een kind laten ervaren dat het prima is zoals het is, het niet in eerste instantie gaat om wat het kan of hoe het zich gedraagt, zijn we een heel eind op weg.
Kinderen zijn en reageren allemaal anders: ze kunnen hele heftige of minder heftige emoties hebben, kunnen impulsief zijn of juist voorzichtig. Sommige kinderen hebben aanleg om iets vlot te leren, anderen moeten er soms meer moeite voor doen. Tevens brengen de kinderen ervaringen en voorbeeldgedrag mee uit allerlei omstandigheden. En dat is allemaal goed : het kind wordt gewaardeerd en gerespecteerd zoals het is. Dat stralen we uit naar de kinderen om zo het zelfvertrouwen zo gunstig mogelijke ontwikkelingsomstandigheden te geven. Het is veilig op het kinderdagverblijf, er zijn geen oordelen, slechts waarneming. Naar aanleiding van wat we waarnemen kunnen we, als dat wenselijk is, de kinderen nieuwe oplossingen bieden in het gedrag. Zowel voor zijn/haar welzijn als voor dat van de andere kinderen.

Veiligheid
Veiligheid geeft vertrouwen, en dat is weer een gunstige omstandigheid voor zelfvertrouwen en eigenwaarde. Dit doen we door het aangeven van grenzen. Grenzen ruimtelijk: Voorbeeld: we leggen een baby op een veilige plek, in de box, op een afgeschermd baby-speelkleed, of in de wipstoel. Kortom, we richten onze ruimte er op in.

Grenzen zintuiglijk: Er zijn grenzen aan wat een baby op zintuiglijk gebied kan verwerken aan prikkels. We zorgen voor een rustige plek binnen het kinderdagverblijf. Er zijn ook grenzen aan wat een peuter zintuiglijk kan verwerken. Een peuter kan echt behoefte hebben om zich even terug te trekken en even in zijn eentje een boekje te lezen.

Grenzen fysiek: Stoeien, ravotten, knuffelen, kliederen, herrie maken, verkleden, gooien, emoties als blijheid, boosheid en verdriet uiten ..... prima!! Stoeien kan echter vechten worden... Dan kan het de ruimte en veiligheid van de ander beperken en daar ligt een grens
De vrijheid houdt op waar het de vrijheid van een ander beperkt. Hier komen we bij de grenzen die we niet uitsluiten met de inrichting kunnen bewerkstelligen, maar die aangegeven en gecommuniceerd moeten worden met de kinderen, voordat en zodra ze er over heen gaan.

Grenzen aangeven
Grenzen aangeven: Wij geven de kinderen grenzen aan die past bij de fase van hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Zo is “inleven in een ander” iets wat wij van de jongere kinderen nog niet kunnen verwachten.
De ontwikkeling tot vier jaar speelt zich voor de meeste kinderen nog vooral af op het emotionele deel, en voorzichtig aan op het sociale deel. Jonge kinderen begrijpen meer van lichaamstaal dan van gesproken taal.
Er is een aantal richtlijnen die we volgen bij grenzen aangeven en conflicten, wij noemen dit sensitieve disciplinering. Sensitieve disciplinering wil zeggen dat pedagogisch medewerkers invoelend, duidelijk en consistent zijn bij het disciplineren van een kind.


Sensitieve disciplinering
1. Afleiden
Probeer kinderen uit de situatie te halen waarin het kind het negatieve gedrag laat zien. Wanneer het bijvoorbeeld niet op zijn of haar beurt kan wachten, geef het een taak waardoor het kind zich ergens anders op kan focussen. Actieve afleiding van het kind is een belangrijke taak van volwassenen om het kind door lastige situaties heen te begeleiden.

2. Bekrachtigen van positief gedrag
Bekrachtigen en complimenteren van gedrag is ontzettend belangrijk om gewenst gedrag te stimuleren. Dit is natuurlijk een open deur, maar toch blijkt dat veel mensen dit minder vaak doen dan ze denken. Probeer het maar eens van jezelf of collega’s bij te houden. Vaak krijgen kinderen veel meer bevelen, waarschuwingen en correcties te horen dan complimenten voor gedrag. Een aantal tips om deze complimenten nog effectiever te maken:
-    Geef gepaste complimenten en geef ze op het moment dat het gewenste gedrag voorkomt. Als het kind het speelgoed deelt met een ander kind, geef dan direct een compliment dat je dit lief vindt. Geef geen complimenten voor positief gedrag tijdens een ongehoorzaam moment                        
-  Geef specifieke complimenten. Een complimenten als: “Wat fijn dat je zo rustig blijft wachten terwijl ik het fruit snijd, wat knap van jou”, komt veel beter aan dan vage complimenten als: “Goed zo, goed gedaan zeg”. Vertel bijvoorbeeld ook waarom een tekening mooi is etc. Een voorbeeld hiervan is complimenteren dat het kind lief zijn speelgoed deelt, terwijl het dit speelgoed gebruikt om mee te gooien. Een compliment op dit moment is namelijk alleen maar verwarrend voor het kind en werkt niet effectief.
-   Geef complimenten gemeend, door het op een enthousiaste wijze te brengen en oogcontact te maken met het kind.

-   Combineer complimenten niet met een sarcastische of negatieve opmerking. Voorbeelden hiervan zijn: “Wat fijn dat je nu in één keer luistert als ik je roep, waarom kan je dat niet altijd doen?”. “Super dat jullie alle blokjes in de bak hebben gedaan, als jullie dit voortaan nou ook doen voordat ik boos moet worden”.
-   Geef complimenten voor specifiek gedrag dat een kind weinig laat zien en je graag wilt stimuleren. Geef een teruggetrokken kind bijvoorbeeld een compliment wanneer het aan tafel een liedje durft te zingen en een druk en overactief kind wanneer het netjes op zijn of haar beurt wacht.

3. Empathie voor het kind
Het leven van een dreumes en peuter kan soms best lastig en frustrerend zijn. Een kind wil meer dan het kan, moet zich aan veel regels houden en krijgt voortdurend te horen wat het wel en niet mag doen. Deze frustraties kunnen leiden tot gedrag dat makkelijk kan worden geïnterpreteerd als stout en ongehoorzaam, terwijl dit eigenlijk een uiting is van deze frustraties. Je kunt dit gedrag bestraffen door op boze toon te zeggen dat dit niet mag en het kind apart te zetten. Toch werkt het vaak beter om even in de huid van het kind te kruipen en na te gaan waar het gedrag vandaan komt. Verwoord dit gedrag, zodat het kind emoties leert herkennen en reguleren. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik zie je dat het moeilijk vindt”, of: “ik weet dat je het erg vervelend vindt om te moeten wachten.” Vervolgens kunnen jullie samen een oplossing bedenken om de frustratie te verminderen. Het tonen van empathie helpt niet alleen om emoties te leren reguleren, kinderen leren ook hoe ze empathie tonen aan andere kinderen. Het helpt ook om je eigen frustraties en gevoelens met de kinderen te delen en ook welke effectieve oplossingen je hiervoor bedenkt.
Wanneer het je bijvoorbeeld niet lukt om kapot speelgoed te repareren kun je tegen de kinderen zeggen: “He wat vervelend, het lukt me niet, daar baal ik van. Ik leg het even weg en vraag straks of... me even zou kunnen helpen”.

Help kinderen om negatieve emoties op een gepaste manier te verwerken. Vertel een kind dat je heel goed snapt dat het boos is omdat het niet in de bouw hoek mag spelen en dat het dit ook mag uiten. De toren van een ander kind uit teleurstelling kapot maken mag alleen niet. Geef het kind een manier om zijn boosheid op een andere wijze te uiten, bijvoorbeeld even afkoelen met zijn of haar knuffel.
Verwoord en beschrijf gevoelens die moeilijk te begrijpen zijn voor kind. Jonge kinderen uiten vaak veel verschillende gevoelens als boosheid omdat ze de verschillende gevoelens nog niet goed herkennen. Jaloezie, teleurstelling, verveling kunnen bijvoorbeeld allemaal geuit worden op dezelfde boze manier. Help het kind deze gevoelens te herkennen door de situatie te beschrijven en het gevoel te verwoorden: “Vind je het moeilijk dat jij niet mee naar buiten kan omdat je moet slapen? Ben je daar teleurgesteld door?” Wanneer je negatief gedrag benoemt, laat hier dan altijd een positieve boodschap op volgens, bijvoorbeeld: “Maar ik weet zeker dat als je lekker gaat slapen, je straks veel meer energie hebt en dan kunnen we daarna samen buiten spelen”. Leer kinderen ook positieve gevoelens herkennen door deze ook te benoemen: “Volgens mij ben je heel trots op je tekening”.

4. Streng als het moet, makkelijk als het kan
Wees je eens bewust van de hoeveelheid instructies die kinderen elke dag te horen krijgen, als: “Nee dat mag niet, je moet nu opruimen, niet aan de bekers komen”, etc. Het is onmogelijk voor kinderen om aan al deze bevelen te gehoorzamen. Zorg er dan ook voor dat jullie duidelijke afspraken hebben over wat wel en niet mag en houd je consequent aan deze afspraken. Kinderen hebben namelijk behoefte aan structuur en duidelijkheid, daar voelen ze zich veilig bij. Dit betekent ook dat als je niet gemotiveerd bent om kinderen consequent aan een bepaalde regel Pagina2 8 Sociaal- emotionele ontwikkeling
Pedagogisch werkplan Kinderdagverblijf Picobello of afspraak te houden, je deze beter kunt laten varen. Bedenk voor elk bevel dat je een kind geeft hoe belangrijk het is dat het kind zich er aan houdt. Is de regel belangrijk? Houdt je dan consequent aan deze regel en begrens het kind waar nodig. Maakt het niet heel veel uit als het kind zich er niet aan houdt en ben je niet bereid om te blijven waarschuwen en corrigeren? Corrigeer het kind dan niet en negeer het gedrag. Negeren van negatief gedrag moet echter wel altijd samen gaan met het bekrachtigen van gewenst gedrag.

Wanneer je besluit dat je streng moet zijn en het gedrag corrigeert, zorg er dan voor dat:

-Je het kind eerst de kans geeft om het gedrag te veranderen door een waarschuwing te geven.


- De consequentie een logisch gevolg is op het gedrag. Dus wanneer het kind kleurt op de tafel, waarschuw je dat je anders de potloden weg haalt. - Je het kind eerst de kans geeft om het gedrag te veranderen door een waarschuwing te geven.


- Reageer direct als het negatieve gedrag zich herhaalt, zodat de consequentie duidelijk gelinkt kan worden aan het gedrag.


- Geef het kind vervolgens de mogelijkheid om het gedrag te verbeteren. Als je de kleurtjes bijvoorbeeld weg hebt gehaald, geef het kind dan kort daarna de mogelijkheid om wel succesvol de spelen met de kleurtjes.


- Probeer ook zoveel mogelijk aan te geven welke gedrag je wel wilt zien in plaats van wat je niet wilt zien dus liever: “Ik wil graag dat je op je blaadje kleurt”, in plaats van: “Niet op de tafel kleuren”.


- Betrek de kinderen ook bij de consequenties wanneer dit mogelijk is. Als twee kinderen bijvoorbeeld ruzie maken omdat ze met dezelfde auto willen spelen kun je ze de keuze geven: of ze spelen er om de beurt mee, of je haalt het speelgoed weg.




5. Sensitieve time-out

Een sensitieve time-out kan worden gebruikt om een kind te laten kalmeren wanneer het een woedeaanval heeft of erg overstuur is. Hierbij zet je het kind even apart of loop je zelf van de situatie vandaan. Zorg dat het kind je nog wel kan zien, zodat het zich veilig blijft voelen. Leg het kind voordat je wegloopt op een kalme manier uit dat dit geen straf is, maar dat je dit doet zodat het kind even rustig kan worden. Vertel het kind ook dat als het kind weer rustig is jullie weer samen gaan spelen, of het kind weer verder kan met de activiteit waar het mee bezig was. De duur van de sensitieve time-out stel je af op de leeftijd van het kind. Dus bij een kind van twee, twee minuten, een kind van drie, drie minuten etc. Sluit de sensitieve time-out altijd af met een positieve boodschap, bijvoorbeeld: “Wat fijn dat je weer rustig bent, dit was best lastig voor je! Zullen we weer verder gaan met het plakwerkje?”.


Conflicten tussen kinderen
. Probeer waar mogelijk de conflicten tussen kinderen zo lang mogelijk te negeren om te zien of ze zelf een oplossing kunnen vinden. Wanneer kinderen elkaar pijn doen, speelgoed kapot maken of de situatie onveilig wordt, moet je natuurlijk ingrijpen.
. Beloon ‘klikkende’ kinderen niet, maar zeg tegen het kind dat je denkt dat het vast en zeker een oplossing kan bedenken om het conflict op te lossen en vraag het kind terug te komen als het een oplossing heeft bedacht. Als het kind klikt over gedrag dat niet genegeerd kan worden, bijvoorbeeld wanneer het geslagen is, grijp je natuurlijk wel in. Stel het klikkende kind vervolgens de vraag een oplossing te bedenken hoe het een dergelijke situatie de volgende keer wel zelf zou kunnen oplossen.
. Leer kinderen hoe ze conflicten kunnen oplossen door dit op andere momenten met ze te bespreken. Als je bijvoorbeeld een boekje voorleest over kinderen die ruzie maken, kun je dit met de kinderen bespreken. Ook tijdens een gesprek aan tafel kunnen jullie deze vaardigheden benoemen en bevorderen.

Respecteer het temperament van kinderen
Het temperament van een kind kan botsen met het temperament dat je zelf hebt. Wanneer je zelf erg rustig bent kunnen drukke en overactieve kinderen erg vermoeiend zijn, omdat het temperament van het kind botst met je eigen temperament. Wees je hiervan bewust en last op tijd een time-out voor jezelf in. Zorg dat je op drukke dagen niet overbelast raakt door drukke activiteiten af te wisselen tussen collega’s en trek je wanneer het kan even terug om kort op te laden.  


Wennen

Na de inschrijving van een kind wordt er een mentor toegewezen. De mentor maakt een afspraak voor een intake. Tijdens dit gesprek verzamelt de mentor zoveel mogelijk relevante informatie over het kind om het goed te kunnen begeleiden. De mentor begeleidt het wennen en is het aanspreekpunt voor de ouders.


Er worden wenafspraken gemaakt.

In de wenperiode komen de ouders samen met het kind na 9.30 uur, zodra alle andere kinderen al gebracht zijn. Er kan meerdere keren worden afgesproken om te wennen. Het zal van het kind en de ouders afhangen of dat nodig is.

Het doel van de wenperiode is:

• het vertrouwd raken van het kind met de nieuwe omgeving en het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen kind en vaste pedagogisch medewerkers;

• het vertrouwd raken van de ouders met de nieuwe situatie en het vertrouwen krijgen dat hun kind in goede handen is;

• het goed op elkaar afstemmen van voedingsschema's, slaapgewoontes en pedagogische aanpak thuis en op de opvang.


Hoe de wenperiode verloopt, hangt af van de leeftijd van het kind. Bij een erg jonge baby zullen vooral de ouders moeten leren vertrouwen dat er goed en zorgvuldig met hun kind wordt omgegaan. De eerste ochtend dat ouders met hun baby komen wennen, kunnen de ouders het kind zelf naar bed brengen. De ouder kan dan zelf zien hoe dit op een kinderdagverblijf verloopt. Een tweede keer brengt de mentor de baby naar bed; als dat goed gaat, kan de ouder het kind een derde keer brengen en dan weggaan. Op het moment dat het kind dan een hele dag komt, weet de ouder inmiddels hoe het kind reageert op de groep en de pedagogisch medewerker.

Voor een baby is de slaapomgeving het meest vertrouwd. Daarom wordt aan ouders gevraagd om een knuffel of kroeldoekje of eventueel de eigen speen van het kind mee te geven. Ouders kunnen, indien mogelijk, voor heel jonge baby's, die zich nog niet omdraaien, de eigen kinderwagen meegeven. Per kind wordt beschreven wat het meeneemt in bed aan eigen spulletjes. Zodra het kind in een ledikantje gaat slapen zal het moeten wennen aan de andere kinderen op het slaapkamertje. Pedagogisch medewerkers maken een bewuste keuze voor het vaste slaapplekje voor het kind, passend bij de slaapgewoonten en volgens de veiligheidsnormen.

Soms kan door wat schuiven met slaaptijden en slaapvolgorde de wenperiode soepeler verlopen voor een nieuw kindje.

Hechting
Voor een veilige hechting is, zeker in het begin, een voorspelbare situatie met vaste gezichten belangrijk. Een nieuwe baby wordt in het begin door een vaste pedagogisch medewerker (mentor) verzorgd. Later wordt per dag afgesproken welke pedagogisch medewerker het kind verzorgt.

Stagiaires mogen baby's die nog in de wenperiode zitten niet verzorgen. Er moet eerst een veilig basisvertrouwen zijn en daarbij zijn vaste verzorgers voor het kind belangrijk.

Baby's krijgen vaak ook veel aandacht van peuters op de groep. Vooral als een baby gevoed wordt of moet huilen, staan ze er graag bij om te kijken of te helpen. De groepsleiding moet goed op de reacties van de baby letten, om te zien of die dat aankan. Ook peuters moeten leren zorgvuldig en gedoseerd een baby te benaderen. Het is de taak van de pedagogisch medewerker om dit wat te reguleren.

Op elke groep werken meestal drie vaste pedagogisch medewerkers. De pedagogisch medewerkers werken hun vaste dagen en wanneer zij uitvallen, wordt in eerste instantie gekeken of een van de vaste pedagogisch medewerkers die uren over kan nemen. Wanneer dat niet lukt, worden vaste inval-medewerkers ingezet, die de kinderen regelmatig zien en goed kennen. Volgens van Blaaderen is hechting 'het vermogen en de mogelijkheid van iemand te gaan houden' (Van Blaaderen, 2003). Het geeft veilige en gunstige hechtingsomstandigheden voor een kind als het beeld van de vaste pedagogisch medewerker van binnen vast te houden is, zodat het kind het echt voor de geest kan halen.



Welkom en afscheid

Voor dreumesen en peuters is het moment van afscheid nemen van de ouders meestal het moeilijkst. Om die reden wordt tijdens het intakegesprek de manier van afscheid nemen goed met de ouders doorgenomen. We adviseren ouders om bij het brengen even bij het kind te blijven en een kop thee/koffie te drinken. Het kind kan ondertussen in de aanwezigheid van de ouder iets kiezen waar het mee gaat spelen. Er liggen altijd boekjes, puzzeltjes en speeltjes klaar. In verband met de voorspelbaarheid is het belangrijk dat ouders heel duidelijk zeggen dat ze weggaan en dan ook direct gaan.  Als het kind moet huilen, zal de pedagogisch medewerker het kind van de ouders overnemen en met het kind mama of papa uitzwaaien. Ook na de wenperiode blijft dit de werkwijze bij het verwelkomen en afscheid nemen. 


Aan het eind van het dagdeel of de dag is er weer een moment van verwelkomen en afscheid nemen. Vooral voor dreumesen en peuters kan dit een verwarrend moment zijn. Naar wie moet hij of zij nu luisteren? Over het algemeen kan de volgende gedragslijn worden gevolgd: papa of mama doet de jassen en de schoenen aan en verzamelt de spulletjes, en is vanaf het moment van binnenkomst gewoon weer de autoriteit. Dat is voor de kinderen het duidelijkst. Ouders en pedagogisch medewerkers houden daarbij rekening met elkaar zodat een en ander zo soepel mogelijk verloopt, ook voor de nog niet opgehaalde kinderen.


Natuurlijk zijn pedagogisch medewerkers, groepsassistentes en stagiaires ondersteunend aanwezig als er meer kinderen uit een gezin aangekleed moeten worden of er iets met een pedagogisch medewerker besproken moet worden in de mondelinge overdracht. Dit is een korte overdracht; voor grotere bespreekonderwerpen wordt een afspraak gemaakt omwille van de privacy en onverdeelde aandacht. Voor de kleinsten tot 1 jaar is er ook nog een schriftelijke overdracht.


Tijdens de haalperiode worden kortdurende activiteiten aangeboden in verband met de organisatie. Dit heeft ook als voordeel dat het voor de kinderen gemakkelijk is om zich los te rukken uit het spel en mee naar huis te gaan. Een kort spelletje/puzzeltje kan altijd even met de ouders afgemaakt worden. Soms wordt er een verhaaltje voorgelezen als activiteit op het einde van de dag. Ouders en kinderen voelen zich tot het laatste moment welkom. Door de structuur en de voorspelbaarheid lijken begin en eind van de dag zo op elkaar, zij het in omgekeerde volgorde. Aankomen, spelletje beginnen, spelletje afmaken, afscheid van de pedagogisch medewerkers.


Ziekte

Voor kinderen die zich niet lekker voelen is er op het kinderdagverblijf een plekje waar ze even rustig kunnen gaan liggen. Geprobeerd moet worden in te schatten of het kind echt ziek aan het worden is.


De richtlijnen van de GGD over het omgaan met ziekte of besmetting binnen de opvang worden gevolgd. Zieke kinderen Pagina3 4 Komen en gaan

Pedagogisch werkplan Kinderdagverblijf Picobello horen thuis in de vertrouwde omgeving. De richtlijnen geven ook aan wanneer het kind opgehaald dient te worden door ouders/verzorgers of iemand anders uit de vertrouwde familie/vriendenkring waarmee dat is afgesproken (zie de richtlijnen ‘zieke kinderen en ziekten’ op de website van Picobello). Wordt een kind erg ziek, dan wordt de huisarts geraadpleegd en wordt zo goed mogelijk voor het kind gezorgd totdat het wordt opgehaald.

Dagindeling

In de kinderdagverblijfgroepen hebben we om verschillende redenen een vaste dagindeling. Organisatorische redenen: kinderen worden gebracht en gehaald binnen vastgestelde tijden. De pedagogische medewerkers stemmen hun organisatie daarop af. Deze periodes vallen buiten de tijden waarin aandacht besteed wordt aan eten, slapen, verschonen en andere activiteiten. Zo kan er volop aandacht gegeven worden aan de bezigheden van het moment en loopt het programma op rolletjes, ook met nieuwe collega's en inval- medewerkers.


Redenen van voorspelbaarheid, structuur en tijdmarkering: jonge kinderen kunnen niet klokkijken, maar kunnen wel de volgorde van dingen leren: 'na het slapen gaan we naar buiten, dan een fruit, dan een verhaaltje en dan komt mama weer'. Herhaling van ritmes en rituelen geeft een gevoel van veiligheid en herkenning. Een lange opvangdag wordt overzichtelijk. Er zijn markeermomenten: oriëntatiegebeurtenissen in de tijd.


Grofweg is de dagindeling als volgt
: • kinderen worden gebracht en verwelkomd
• vrij spel of activiteit • iets eten en drinken, liedjes zingen
• luiers verschonen en plassen, baby's eventueel naar bed
• vrij spelen of activiteit
• baby's eventueel uit bed
• luiers verschonen en plassen, kinderen naar bed
• lunch
• kinderen naar bed
• kinderen die niet naar bed gaan,vrij spelen of activiteit
• kinderen uit bed, luiers verschonen, baby's eventueel naar bed
• fruit eten, drinken en liedjes zingen
• luiers verschonen en plassen
• warme maaltijd
• spelen of kleine activiteit
• kinderen worden gehaald.


Eten

Belangrijke zaken rondom het eten zijn:

• zorg en aandacht

• plezier en gezelligheid

• hygiëne en kwaliteit.


Zorg en aandacht

Eten is een heel belangrijk terugkerend aspect in ons dagelijks leven. We voeden ons lichaam, zodat het alle prestaties, die van het lichaam gevraagd worden, kan leveren. Daarom is het nodig dat de grote of kleine maaltijd met aandacht genuttigd wordt. Omdat met een grote groep kinderen, met verschillende eetgewoontes van huis uit, goed te laten verlopen, hanteren we een aantal basisregels die aan de kinderen duidelijk maken wat er verwacht wordt:


• We eten aan tafel en allemaal tegelijk.

• We schrokken niet.

• We gebruiken een bord om eten op te leggen, en bestek.
• We proberen de kinderen tijdens de warme maaltijd hun smaakontwikkeling te stimuleren door groente, vlees(vervangers), aardappelen apart aan te bieden
. • We proberen op te eten wat we op ons bord hebben genomen.
• We storen anderen zo min mogelijk bij het eten.
• Pm’s, stagiaires en groepsassistentes hebben een voorbeeldfunctie dus eten ‘pedagogisch’ mee.
• We stimuleren kinderen te helpen met tafeldekken en afruimen.


Pm’s scheppen hiervoor de individuele voorwaarden: de dreumesen en peuters krijgt een kindermesje bij hun bord om het smeren te oefenen, de grijpgrage eenjarige heeft niet andermans bordje binnen handbereik, de kinderen die ‘schrokken’ krijgt maar één stukje tegelijk.

Plezier en gezelligheid
• Kinderen worden niet gedwongen om bepaalde dingen of hoeveelheden te eten, wel gestimuleerd.
 • Kinderen krijgen keuzemogelijkheid in wat ze eten.
• Kinderen krijgen altijd een toetje na de warme maaltijd.
• We zorgen dat we de tijd hebben en voorkomen stress bij het eten.
• Kinderen worden positief benaderd in hun eigen eetgedrag.
• Er hoeft niet snel te worden gegeten, maar het moet ook niet te lang duren. • Niet elk kind kan even lang aan tafel zitten. Een supervlug, hyperactief kind laten wachten op de laatste ‘treuzelaar’ is niet zo handig. Als de maaltijd begonnen en beëindigd wordt met een liedje, kan de ‘treuzelaar’ gewoon nog even dooreten.
• Kinderen bepalen zelf en leren zelf inschatten wat ze op kunnen. Het kind leert op deze manier te luisteren naar zijn eigen lichaam.



Hygiene en kwaliteit
• Kinderen en pm’s wassen hun handen voor en na het eten.
• Wat op de grond is gevallen, wordt niet meer opgegeten.
• Iedereen eet van zijn eigen bord, drinkt uit zijn eigen beker en likt niet van het mes.
• We geven kwalitatief goede voeding: bruin brood, vers fruit en beperkt suikers en vet.
• We houden rekening met individuele diëten en principes, zolang het niet de kosten te boven gaat en hanteerbaar is in een groep. Ouders kunnen eventueel noodzakelijke dieetvoeding meegeven.
• Het klaarmaken van de maaltijden qua hygiëne gebeurt volgens de vastgestelde richtlijnen(zie website Picobello).

Het voedingsbeleid van Picobello staat op deze website en is tevens terug te vinden in de pedagogische map op de groepen.

Baby's voeden
Ook bij het voeden van baby's volgen we bij de bereiding de regels rondom veiligheid en hygiëne. We verwarmen de flesvoeding in de magnetron, gekolfde borstvoeding beslissen de ouders hoe ze de moedermelk verwarmd willen hebben. Voordat we de voeding klaarmaken en voor het voeden zelf wassen we de handen. Tijdens het voeden van een baby hebben we lichamelijk contact, oogcontact en volledige aandacht. Tijdens het voeden moet de omgeving zo rustig mogelijk zijn. De vaste pedagogisch medewerker zal snel genoeg herkennen wanneer het kind een boertje moet laten. Zij deelt haar ervaringen met andere pedagogisch medewerkers en schrijft ze op voor inval- medewerkers als ze erg ingewikkeld of specifiek zijn. Met de ouders is er een goede schriftelijke en mondelinge communicatie over de wensen wat betreft de voeding (tijden, hoeveelheden, etc.). Wat en wanneer een baby heeft gegeten, wordt op de dagstaat geschreven en meestal ook in het schriftje.

Slapen
Het bedritueel van thuis wordt in essentie gevolgd door de pedagogisch medewerkers op het kinderdagverblijf. Zo kan bijvoorbeeld de knuffel of de speen mee, het slaapzakje aan of een liedje worden gezongen. Het kind slaapt zoveel mogelijk in een 'eigen bedje'. Wat het ziet vanuit het bedje is dan vertrouwd en geeft op den duur geen prikkels meer die het kind wakker houden. De richtlijnen van de GGD rond het verschonen van beddengoed en het gebruik van dekentjes worden opgevolgd. Kinderen worden niet vastgelegd. Sieraden worden afgedaan, spenen aan touwtjes en te kleine/grote voorwerpen worden niet meegegeven naar bed.

Om zo snel mogelijk te kunnen gaan slapen wordt bewust gekeken welk kind men het eerst naar bed brengt en naar hoe de kinderen over de bedjes worden verdeeld. Op de dagstaat wordt aangetekend wanneer en hoe lang een kind heeft geslapen. Bij jonge kinderen schrijft men dit ook in het schriftje.

Er wordt regelmatig gekeken in de slaapkamers hoe het met de kinderen gaat. Stagiaires mogen alleen onder begeleiding kinderen naar bed brengen.

Ouders geven aan hoe vaak en hoe lang een kind slaapt. Het kan echter voorkomen dat op het KDV het slaapgedrag verandert. Samen met de ouders wordt dit dan besproken.

Inrichting van de ruimte

Het werken en spelen in kleine groepjes is een belangrijk element van de Reggio Emilia-pedagogiek. Daarom zijn er verschillende speelplekken ingericht binnen het kinderdagverblijf. Deze speelplekken kunnen door alle groepen gebruikt worden. Door het werken met speelplekken wordt een stuk privacy van het kind gewaarborgd. We geven het kind zo de veiligheid om ongestoord te kunnen spelen. Hiermee wordt de ontwikkeling van het concentratievermogen gestimuleerd en zijn er geen storende prikkels bij het spel.


Toch kunnen we deze inrichting als dynamisch beschouwen, omdat de inhoud van een speelplek geen statisch gegeven is en kan worden aangepast aan het spel dat de kinderen bedenken. Zo kan een huishoek van inhoud veranderen, bijvoorbeeld van huis naar winkel naar restaurant. Belangrijk is te kijken en te luisteren naar wat kinderen bezighoudt. Op deze manier wordt ook gewerkt aan het doel de kinderen te stimuleren in onder andere hun creativiteit.


Een duidelijke structuur in de plaatsing van de speelplekken, vaste opruimplekken voor materiaal en privacy bij het experimenteren en spelen bevorderen de rust op de groep. Een goed ingerichte ruimte geeft duidelijkheid en voorspelbaarheid aan de kinderen en wordt in de Reggio-pedagogiek gezien als 3e pedagoog.


We streven ernaar om foto's, illustraties en werkjes van de kinderen zoveel mogelijk op ooghoogte te hangen, zodat ze het gevoel hebben dat ze in een vertrouwde omgeving zijn.


Babykruipplek
Deze plek ligt veilig ver weg van het kleine constructiemateriaal en van de klim/stoei/raceplek. De plek ligt wel in de buurt of maakt deel uit van de rustplek. De jongste baby's spelen in de hoge- en lage box, ver van ongeschikt klein speelgoed, maar met uitzicht op alles wat er rondom hen plaatsvindt. Er ligt een warm en goed te reinigen speelkleed en de plek wordt afgeschermd voor het wilde spel van oudere kinderen. Soms zoeken de pedagogisch medewerkers andere ruimtes binnen het kinderdagverblijf uit om baby’s uitdagingen en ruimte te geven om zich te bewegen. De buitenruimte voor de baby’s is voorzien van kunstgras, de kleinste kunnen daar ook kruipen.

Binnenspeelruimte
In deze ruimte kan van alles gedaan worden en wordt gebruikt door alle groepen. De belangrijkste functie is, dat wij onze kinderen de mogelijkheid willen bieden om hun creativiteit te ontdekken en zich op vele manieren te uiten. Er is een muziekhoek, verkleedkist, er kan geklommen worden naar een ‘boomhut’, er is een huishoek er is een podium om op te treden.Er is ruimte voor dans, schimmenspel, beweging, theater en symbolisch spel.

Bouwhoek
In de bouwhoek is er gelegenheid op de grond te bouwen of op een tafeltje of werkblad. De bouwplaats is rustig gelegen, en uit de looproutes, om de bouwsels veilig te laten (ont)staan. Een selectie aan materialen ligt in de bouwhoek opgeborgen en is bereikbaar voor kinderen. Regelmatig kan van materiaal worden verwisseld met constructiemateriaal dat opgeborgen ligt. Zo is er van tijd tot tijd iets nieuws te beleven in de bouwhoek.
Auto’s, poppetjes en dieren zijn een goede aanvulling in de bouwhoek, maar ook groepsleiding en kinderen zelf kunnen de bouwhoek aanvullen met spannend materiaal zoals stenen, technische onderdelen van oude apparaten, magneten, stukjes tapijt en buizen. Belangrijke eigenschappen van de bouwhoek zijn: veiligheid, privacy, stimulans en creatieve ontwikkeling.

Buitenspeelplaats/tuin
De buitenspeelplaats is de plek waar kinderen ‘buiten’ kunnen voelen: de zon, de regen, de wind. Het is ook de plek waar de kinderen zich vrij kunnen bewegen en lawaai kunnen maken, omdat ze andere kinderen minder snel storen en vies worden niet erg is. Op de buitenspeelplaats wordt gefietst, gespeeld met water en zand en gebouwd met houten bouwstenen en kindergereedschap. Er bevindt zich een klein doolhofje waar kinderen zich kunnen verstoppen, er is een terrarium waar kinderen allerlei planten en beestjes/visjes kunnen ontdekken. Er zijn bakken waar kinderen groente/kruiden kunnen verbouwen. Er is een aparte berging waarin het speelgoed wordt opgeborgen dat, omdat het niet hygiënisch of te groot is, niet binnen gebruikt kan worden. De bestrating van de speelplaats leent zich voor het tekenen met stoepkrijt en allerlei soorten spellen. Rondom de speeltoestellen is de ondergrond volgens de veiligheidsvoorschriften Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI) aangepast. Er is ook een rustige plek gecreëerd waar gegeten en gedronken kan worden, waar de allerkleinsten veilig kunnen spelen, en waar een grote overkapping voor schaduw zorgt. Het doel van de buitenspeelplaats/tuin is: natuurbeleving, bewegen, zonlicht, frisse lucht.

groepsruimte
Een eigen groepsruimte is een belangrijke voorwaarde. De ruimte waar een groep kinderen ‘thuis’ is, ademt de sfeer en cultuur van deze groep en laat zien waar de kinderen mee bezig zijn. De wanden hangen vol met documentaties. De materialen waar de kinderen mee aan het werk zijn, zijn zichtbaar in de groepsruimte. Voor de ouders is er een groepsdagboek of dagverslagen met informatie dat laat zien waar de kinderen mee bezig zijn.

atelier
De belangrijkste functie van het atelier is, dat wij de kinderen de mogelijkheid willen bieden om hun creativiteit te ontdekken. Daarbij gaat het om de manier waarop iets is ontstaan en de reflectie van het kind zelf op een gemaakt object, maar niet om het ‘werkje’ zelf! Dat betekent ook, dat wij de kinderen geen knutselwerkjes laten produceren omwille van het resultaat.


Het atelier is de plek waar kleine groepjes kinderen materialen kunnen leren kennen, vaardigheden kunnen oefenen en werken aan onderwerpen die hen bezighouden. Doordat er open kasten/lades zijn kunnen de kinderen zelfstandig hun materiaal pakken, ook is er een afgesloten knutselkast waar kinderen onder begeleiding 'gevaarlijke' materialen, zoals scharen en prikpennen, uit kunnen pakken. Er zijn schorten en voor het schoonmaken is er een kraan in de buurt.
Het werk in het atelier wordt altijd begeleid door een van de groepsleiding.   Belangrijke eigenschappen van de creatieve hoek zijn: veiligheid, concentratie, stimuleren van creativiteit door (veilige) uitstalling materialen. 


huishoek
De huishoek is de hoek voor imitatiespel. De huishoek wordt zo opgesteld dat er in een handomdraai een winkeltje, ziekenhuis, restaurant, huiskamer of wat dan ook van gemaakt kan worden. Voor het sociale aspect van dit spel is er voldoende ruimte in en om de huishoek. Ook hier is privacy voor de kinderen belangrijk. De huishoek heeft binnen dezelfde ruimte een verkleedhoek. De huishoek is ‘huiselijk’ ingericht: een keukenblokje, een tafeltje, stoeltjes allerlei keukenspullen. De keuze van de materialen sluit aan bij de kinderen. Ze herkennen de voorwerpen als vertrouwd. Als het mogelijk is, wordt geen speelmateriaal gebruikt maar echt materiaal zoals bordjes en kopjes die weliswaar van plastic zijn, maar wel op ‘echte’ grootte.

snoezelruimte
Deze ruimte straalt rust uit. De kinderen kunnen hier tot rust komen, ontdekken en verwonderen, ontspannen, onderwerpen bespreken met ons speciaal gemaakte themaboxen met zintuiglijke materialen en er wordt voorgelezen. Er is een waterbed, een waterzuil, rustige muziek, vloeistofprojector en droomlichtjes. In de groepsruimte komen baby’s en kinderen met vele prikkels in aanraking, door met een beperkt aantal kinderen naar de snoezelruimte te gaan, kan de pedagogisch medewerker de zintuiglijke prikkels afzonderlijk en intens aanbieden naar behoefte van het kind. Een onrustig kind kunnen we leren relaxen, bijvoorbeeld ontspannen, tot rust komen. Een rustig kind kunnen we stimuleren , bijvoorbeeld op verkenning en ontdekking gaan. Dit zorgt voor rust en laat de kinderen genieten. Om de snoezelruimte op een goede manier aan baby’s en kinderen aan te bieden hebben verschillende pedagogisch medewerkers een cursus ‘themagericht snoezelen’ gevolgd.

verstopplekjes
Voor de kleinsten is de plek onder de hoge box en tafel favoriet , voor de oudere kinderen zijn er verschillende verstopplekjes. De verstopplekjes worden gecreëerd door het hele dagverblijf heen, de kinderen kunnen zelf  kiezen waar ze een verstopplek maken. Het benodigde materiaal (kleden, tafeltent, stoelen) kunnen kinderen zelfstandig pakken. Een verstopplek kan bijna overal zijn, zolang die anderen niet stoort en veilig is. Het doel van de verstopplek is: kinderen oefenen concreet met afscheid en weerzien in brede zin, en het voorziet in een natuurlijke behoefte (denk bijvoorbeeld aan het kiekeboespel) . 


Vierogenprincipe
Na de Amsterdamse zedenzaak moeten kinderdagverblijven vanaf 1 juli 2013 voldoen aan de wettelijke verplichting van het vierogenprincipe. Het vierogenprincipe betekent....>>meer

 Contact met het lichaam

Kinderen maken een lichamelijke ontwikkeling door. Ieder op zijn eigen tempo. Hoe dit proces zich ontwikkelt en in welke tijdsduur, kan sterk per kind verschillen. Het is voor ons wel een proces waar we goed zicht op hebben: elke stap laat zich zien. Een kind dat goed contact heeft met zijn lijf, weet wat het kan. Het feit dat het kind daarbij zichzelf niet onderschat of overschat is vaak een teken van zelfvertrouwen. Wij stimuleren kinderen om zich verder te ontwikkelen en zijn als “vangnet” aanwezig bij alles wat het kind aandurft.


Verder bieden wij een uitdagende omgeving waarin het kind gestimuleerd wordt om grenzen te verleggen Dat werkt niet voor ieder kind hetzelfde. Een zichzelf overschattend en impulsief kind kan beter bij zich zelf blijven als er niet te veel prikkels tegelijk zijn. Een zichzelf onderschattend kind kijkt eerst graag toe, oefent graag in alle rust, kan soms licht aangespoord worden, zonder druk uit te oefenen.



Grove motoriek
Door de vele wandelingen die we buiten maken krijgen de kinderen volop de gelegenheid goed te lopen, op stoepjes te balanceren, te springen, te rennen, te stoeien. In de tuin vegen, harken, voetballen, op de fietsen, de step of een wagentje vooruit duwen. Veel van de ontwikkeling van de grove motoriek vindt buiten plaats, maar ook binnen wordt er regelmatig gedanst en gegymd.

Fijne motoriek

De baby’s leren bij ons al snel uit een tuitbeker te drinken. Ook is er veel aandacht voor ontwikkelingsactiviteiten waarbij we de kinderen prikkelen. Bijvoorbeeld door een speeltje net iets buiten hun bereik neer te leggen waardoor ze gestimuleerd worden te draaien van rug naar buik. Of een speeltje net een beetje verder neer te leggen zodat het kind wordt uitgedaagd om naar voren te kruipen. Op de babygroep wordt er alleen gebruik gemaakt van wippertjes om ‘uit te buiken’. Aan alle kinderen worden activiteiten aangeboden waarmee de kinderen hun fijne motoriek verder kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld het lijmen met lijmpotjes en een kwastje, leren knippen, scheuren, verven met kwast of vingers. Maar ook zelf uit-en aankleden of je knoop openmaken voor het toilet wordt gestimuleerd.


Zindelijkheidstraining
Oudere peuters zijn thuis vaak gewend om op vaste tijden te plassen. Organisatorisch is dat ook gemakkelijk. Toch hebben we liever dat kinderen gaan plassen omdat ze aandrang voelen, dan omdat de klok of onze geplande bezigheid dat aangeven. Wanneer een kind eraan toe is stimuleren wij het kind om mee te gaan naar het toilet. De kinderen die zindelijk zijn kunnen naar het toilet wanneer ze dat aangeven. Op de vaste verschoonmomenten vragen we ook altijd even of ze moeten plassen. Is dit niet het geval dan sporen wij het kind niet extra aan. Een kind leert dan beter naar zijn lichaam te luisteren.
De pedagogisch medewerkers werken nauw samen met de ouders. Zodra pedagogisch medewerkers constateren dat kinderen of hun ouders aangeven eraan toe zijn om met zindelijkheidstraining te beginnen, gaan we in overleg en krijgen ouders een informatieformulier ‘ Zindelijk worden doen we samen’ mee. Hierin staat hoe wij vanuit ons pedagogisch beleid omgaan met zindelijkheidstraining. (zie bijlage )




Met dit pedagogisch werkplan hebben we je een beeld willen geven van onze manier van werken met de kinderen en onze ruimte, waarbij verschillende competenties worden aangesproken van de medewerkers en van de kinderen. Het werken met kinderen vraagt om een gedegen werkplan waar het gehele team zich achter kan scharen en mee weet te werken. Dit pedagogisch werkplan is een deel van ons werk als medewerkers op kinderdagverblijf Picobello. Een organisatie die is ingericht op de kinderen en waar de kinderen centraal staan.


Het team heeft regelmatig werkbesprekingen en teamvergaderingen waarin aandacht wordt besteed aan het verder uitwerken van de visie. Ook de oudercommissie is daarbij nauw betrokken. Tevens hebben zij een signalerende en adviserende functie. Op deze wijze blijft het beleid in ontwikkeling. Het beleidsplan zal jaarlijks worden bijgewerkt en zo nodig worden aangevuld.


Wij hopen dat na het lezen van dit pedagogisch werkplan, het voor iedereen duidelijk is welke weg Kinderdagverblijf Picobello bewandelt om kwalitatief goede kinderopvang te bieden.

Zindelijk worden doen we samen

Wanneer moet je beginnen met zindelijkheidstraining? Hoe weet je dat jouw kind er aan toe is? Een moment waar veel ouders naar uitkijken, maar soms ook vragen oproept


Een bijzondere en ingrijpende gebeurtenis in het leven van zowel het kind als de ouder. Ouders zijn vaak benieuwd naar het moment waarop hun kind zindelijk wordt. Hier is geen eenduidig antwoord op te geven. Net als met alle andere ontwikkelingen bij uw kind, spelen veel factoren een rol. Ieder kind maakt deze ontwikkelingen op zijn/haar eigen tijd door en daar heb je niet altijd invloed op. De meeste kinderen worden zindelijk tussen de twee en vier jaar. Sommige kinderen zijn wat vroeger zindelijk dan de ander. Hoe graag je als ouder ook wil dat je kind zindelijk wordt, als hij/zij hier nog niet aan toe is gebeurt het ook niet. Het kan dan zelfs averechts werken om hier druk op uit te oefenen. Aan de andere kant merken we op Picobello soms dat kinderen (en hun ouders) een duwtje in de rug nodig hebben om de stap richting zindelijk worden te maken. Er wordt snel gedacht dat een kind er nog niet 'aan toe' is om zindelijk te worden. Maar ook het drukke bestaan van ouders kan een reden zijn om nog te wachten met het opstarten van een zindelijkheidstraining.


Vaak kunnen kinderen niet letterlijk vertellen dat ze er aan toe zijn om hun behoefte op het potje te doen. Toch kun je het wel aan hun gedrag merken:

• Het kind vindt ontlasting vies.

• Het kind geeft aan als hij/zij geplast of gepoept heeft.

• Het kind is bewust dat hij/zij moet plassen of poepen.

• Het kind is langere tijd droog. In plaats van geregeld een klein plasje wordt dit één grote plas.

Omdat uw kind op Picobello zit is een goede samenwerking tussen u en de pedagogisch medewerkers noodzaak. Samen zetten we ons in om uw kind op een plezierige manier zindelijk te krijgen. Vanuit Picobello gezien, is het wenselijk dat u thuis start met de zindelijkheid van uw kind. Ons advies is om te starten in een periode dat er weinig verplichtingen zijn rondom uw gezin. Op deze manier kan er met enige rust, aandacht worden geschonken aan het zindelijk worden van uw kind. Na deze paar dagen springen de leidsters graag bij om samen met u uw kind verder te begeleiden.

Voorbereiding
Hieronder wat aandachtspunten ter voorbereiding op de zindelijkheid van uw kind:
• Koop voldoende onderbroekjes, het liefst samen met uw kind. Sommige kinderen ervaren het als een extra stimulans dat ze nu mooie onderbroeken aan mogen. Een romper, zonder luier eronder, zit niet lekker en is ook zeker niet praktisch tijdens de bezoekjes aan het toilet.
• Koop een potje en/of een brilverkleiner (voor op het grote toilet). Wanneer u kiest voor een brilverkleiner dan is het raadzaam een voetensteuntje aan te schaffen. Op deze manier kan uw kind zijn/haar voeten erop plaatsen en zit hij/zij goed stevig op het toilet.
• Bereid uw kind voor. Zeg een dag van te voren al dat morgen de luier afgaat. Laat het potje/ verkleiner aan uw kind zien en vertel erbij waar het voor dient en hoe het werkt.
• Bij de boekhandel of de bibliotheek zijn veel boeken te koop/te leen over zindelijk worden. Het kan voor een kind stimulerend werken om er samen iets over te lezen.
• Sommige ouders maken gebruik van beloningsstickers. Zodra het kind op de wc/potje heeft geplast en/of ontlasting heeft gehad mag het een beloningssticker op een kaart plakken. Op  Kinderdagverblijf Picobello Picobello gebruiken wij geen beloningsstickers, wij stimuleren de kinderen door ze te complimenteren. Aan ‘ongelukjes’ schenken we niet veel aandacht, ongelukjes horen bij het zindelijk worden, we verschonen uw kind zodat het weer lekker kan spelen.


Motiveren:
Is een kind de drie gepasseerd en lijkt het nog helemaal geen interesse te hebben in zindelijkheidstraining, dan kun je proberen de interesse te wekken: • Laat uw kind meegaan als u naar de wc gaat.
• Is er een plaspop? Geef deze een flesje en laat zien hoe de pop iets op het potje doet. • Lees verhaaltjes voor over kinderen die op het potje gaan.
• Kijk naar filmpjes over kindjes die op het potje gaan.
• Geeft uw kind het gevoel dat hij/zij al groot is en zeker geen baby meer. • Vertel dat de kinderen van de grote basisschool geen luiers meer dragen. Alle kindjes gaan naar de wc.


Tijdens de zindelijkheidstraining thuis:
• Doe uw kind makkelijk zittende kleding aan. Geen kleding met riemen, bretels, moeilijke knopen, etc.
• Neem uw kind eens per uur mee naar het toilet en laat het op de brilverkleiner of het potje zitten. Vertel wat je van hem of haar verwacht en laat hem/haar dan even met rust.
• Doet uw kind iets in het potje, hoe weinig dan ook, dan is het heel belangrijk dat u uw kind goed beloont. Geef complimenten en/of geef uw kind een knuffel.
• Neem uw kind mee naar het toilet wanneer u zelf gaat. Dreumesen en peuters imiteren graag het gedrag van volwassenen.
• Als uw kind in de broek heeft geplast stel uw kind gerust. Schenk er niet veel aandacht aan. Verschoon uw kind, blijf rustig, praat niet teveel en zeg dat uw kind weer kan gaan spelen.
• Op Picobello stimuleren wij jongens zittend te plassen, zij vinden dan ook eerder de rust om te poepen. Ook is het hygiënischer om zittend te plassen. • Als meisjes hun billen af vegen nadat ze gepoept hebben, is het de beste manier om dat van voor naar achter te doen. Zo kunnen infecties voorkomen worden.


Tijdens de zindelijkheidstraining op Picobello:
De dag van starten op Picobello:
• Wij zien graag dat uw kind zonder luier Picobello binnen komt. Hij /zij heeft een onderbroekje aan en makkelijk zittende kleding.
• Zorg voor voldoende verschoning in de tas die meegaat naar Picobello. Denk aan onderbroekjes en broeken, maar ook zeker aan shirts en sokken. 
• Vertel aan de pedagogisch medewerkers wanneer uw kind voor het laatst heeft geplast en hoe de afgelopen dagen zijn verlopen. De pedagogisch medewerker zal dit noteren en als volgt handelen: zij zal er voor zorgen dat uw kind ieder uur wordt mee genomen naar het toilet. We brengen dit heel luchtig: “Kom je mee, we gaan naar de wc, zodat je even een plas kan doen. Heeft uw kind een plas gedaan, dan geven we een compliment. Heeft het niets gedaan, dan laten we weten dat we het later nog eens proberen. Na ieder toiletbezoek zullen we uw kind de handen laten wassen met water en zeep.


Pauze?
Wanneer u eenmaal 'officieel' begonnen bent met de zindelijkheidstraining van uw kind, probeer dit dan ook echt door te zetten. In de praktijk krijgen wij geregeld te horen dat ouders voor allerlei activiteiten (met name) buitenshuis hun kind toch weer “even” een luier om doen. U moet zich voorstellen dat een peuter die bezig is met zindelijk worden in de regel niet eerst zal nadenken voordat hij een plas doet. Hij/zij is nog gewend om een luier om te hebben en zal dus niet de behoefte voelen om actie te ondernemen op het moment dat het een plas voelt komen. Met als gevolg dat uw kind, zeker de eerste dagen, veel 'ongelukjes' (natte/vieze onderbroeken) zal hebben. Wanneer een kind dan op een dag opeens weer een luier om krijgt zal het proces van zindelijk worden vertraagd kunnen worden.

Ongelukjes?
Tips om ongelukjes te voorkomen:
• Zorg dat uw kind het potje of de wc makkelijk kan bereiken. Zet eventueel tijdens het buiten spelen buiten een potje neer.
• Laat je kind eerst plassen voordat je de deur uit gaat.
• Laat de luier `s nachts aan, totdat uw kind regelmatig een wat drogere luier heeft ‘s ochtends. • Laat je kind voor het naar bed gaan plassen.
• Vertel uw kind wanneer het een luier om krijgt voor het slapen, dat het na het slapen weer af gaat. Doe direct na het slapen de luier af.

Hoe lang?
In de praktijk is gebleken dat kinderen over het algemeen na ongeveer twee weken, wat plassen betreft, volledig zindelijk zijn (op misschien nog kleine ongelukjes na). Wat ontlasting betreft is dit een ander verhaal. De meeste kinderen vinden het moeilijk om geduldig te gaan zitten wachten op het toilet totdat de ontlasting komt. Ze willen zo graag weer verder spelen. Het is een kwestie van tijd, geduld en oefening om dit stadium door te komen. In deze fase gebeurt het geregeld, dat wanneer het kind een luier om krijgt om te gaan slapen, de ontlasting dan in de luier doet. Maakt u zich geen zorgen, dit is normaal gedrag. Verschoon uw kind en schenk er niet veel aandacht aan.

Mochten kinderen ondanks verschillende pogingen echt geen interesse hebben, overleg met elkaar en stel voor om het even te laten rusten zodat het onderwerp zeker niet te beladen wordt en er een relaxte sfeer blijft.

We hopen dat u voldoende heeft aan bovenstaande informatie om vol goede moed aan de zindelijkheidstraining van uw kind te starten. Wanneer u vragen heeft stel ze gerust aan één van onze pedagogische medewerkers.

Alkmaar, 22 maart 2013 Marja Rabbers